REISVERSLAG INDONESIE 1994.
Vrijdag 26 augustus 1994
De dag van vertrek. We hoeven niet zo vroeg op, dus eerst wat uitslapen op ons eigen bed, nog even genieten.
Ursula, de buurvrouw, brengt ons naar het station in Dordrecht. We zijn met British Airways naar Londen gevlogen en nu zitten we voorlopig voor ongeveer 17 uur vast aan onze stoelen. Dit is wel afzien, maar het is niet anders. Ik zit heel ongemakkelijk en kan me bijna niet bewegen. Ik ben nog bezig geweest voor een andere plaats, maar dat ging niet. Het vliegtuig zit helemaal vol, dus er zit niets anders op. Ik lig dus bij de nooduitgang languit op de grond. Het vliegtuig is te vol om te ruilen van plaats en het is erg krap.
Zaterdag 27 augustus 1994
Vanmorgen zijn we aangekomen in Kuala Lumpur om ongeveer half 9 Nederlandse tijd. Hier is het nu half 3. De nacht zijn we redelijk doorgekomen. Ik heb geslapen op de grond bij de nooduitgang. Er was een leuke film te zien vannacht. Het was niet van dat goede weer, dus het vliegtuig ging veel op en neer. We hebben veel in de riemen gezeten. We hebben de benen even gestrekt op de luchthaven. Nu gaan we naar Jakarta, over 2 uurtjes zijn we daar. We hebben inmiddels een andere zitplaats gekregen met meer beenruimte. We hebben middageten gekregen, brood met salade, vleeswaren en een klein gebakje. Het eten en drinken is prima, we komen niet te kort.
We zijn nu aangekomen op Jakarta. Het is 7 uur in de avond, plaatselijke tijd. Het is al donker buiten. Op het vliegveld is het niet zo druk. We moesten ongeveer 4 keer de paspoorten laten zien en drie keer werden de tassen bekeken. Maar nu zitten we dan te wachten op onze laatste vlucht naar Denpassar. Dat is nog 2 uur vliegen. Hierna moeten we nog een slaapplaats zoeken. Ik ben al redelijk moe, nadat ik toch wel wat geslapen heb. We moeten met de taxi naar de kust naar het plaatsje Legian. Morgen gaan we wat uitrusten op het strand.
Zondag 28 augustus 1994
Het was gisterenavond een aankomst om nooit te vergeten. Mijn rugzak was niet aangekomen. Die was ergens achtergebleven in Jakarta (Maar dat wisten we toen nog niet). Dan toch maar een kamer zien te vinden. Het was inmiddels half 11 geworden. We konden een redelijke kamer vinden, maar je kon er niet bellen naar het vliegveld, om door te geven waar we logeerden. We moesten op zoek naar een telefooncel. Die vonden we in een hotel, waar ze luxe kamers hadden. We hadden echter al een kamer. We betaalden die ene kamer en gingen toen naar het hotel met de luxe kamer. Hier was ook een gezellig zwembad. Het hotel heet Puspasari. We moesten weer de luchthaven bellen voor het nieuwe adres en Arthur hoorde dat zijn rugzak er was. We hebben toen de rugzak met een taxi gehaald. Het was toen al erg laat geworden en we waren erg moe.
Het ontbijt was tot 11 uur, dus we moesten er 5 voor 11 zijn. Het bed konden we haast niet uitkomen. Dan maar een koude douche. Na het ontbijt naar het strand om uit te rusten en bij te kleuren. Het was een groot strand, redelijk schoon en niet druk. De kooplui zijn niet van de lucht. Ze lopen met van alles. Van haarbanden tot waaiers, haarspelden, armbanden. Sommige zijn niet weg te krijgen, daar moet je wel aan wennen. Hier blijven we tot woensdag 31 augustus. Dan gaan we naar Sulawesi.
Maandag 29 augustus 1994
Vandaag hebben we rustig aan gedaan. Vannacht konden we alle twee niet slapen van onze buren….. We hebben vanmorgen het ontbijt niet gehaald. We waren heel laat uit bed, om half een. Maar we zijn heerlijk uitgerust.
We zijn gisteren op het strand alle twee verbrand. We zijn daarom dan ook niet naar het strand geweest. Een beetje rondlopen is ook erg leuk.
Dinsdag 30 augustus 1994
Vanmorgen hebben we lekker ontbeten. Toast met pannekoeken, koffie en thee. Het is er erg gezellig bij het appartement. We hebben vanmorgen poppen gekocht. We zijn helemaal uitgerust. We gaan morgenvroeg weg. Half zes hier vandaan. Vroeg op deze keer. Nu moeten we weer gaan wennen om wat vroeger op te staan. Uitslapen is wel lekker, maar je ziet niet zoveel en je wordt erg lui. Vanavond eten en inpakken. Hierna hebben we nog een heerlijke strandwandeling gemaakt.
Woensdag 31 augustus 1994
Om 7 uur moesten we vliegen, dus kwart voor 5 op. Inpakken hadden we al gedaan. We krijgen er steeds meer handigheid in, snel en goed. Nu wel opletten dat we alle twee iets van elkaar in de rugzak hebben. Als er een rugzak weg is, dan heb je altijd nog wat kleren.
De vlucht verliep goed. We waren binnen anderhalf uur in Sulawesi, in Udjang Pandang. Toen moesten we naar Tana Toraja met het vliegtuig of met de taxi. Vliegen ging niet meer, want het vliegtuig zat vol. Dus dan maar met de taxi, dat was duur, maar toch maar doen. Het duurde ongeveer 7 uur met heel afwisselende landschappen. We hadden een goede taxi-chauffeur, Hendry. Het landschap was soms droog en dan weer groen. Dan vlak en dan weer bergachtig. Huizen op palen en goede wegen om te rijden. De eerste indruk was, dat de mensen het er niet echt arm hadden. Althans niet wat ik verwacht had. De regentijd was er nog niet. Dat is in december en januari. Het was niet erg druk op de weg. Hendry rijdt erg rustig. Hoe verder we in het land kwamen, hoe mooier het werd. Er zijn 2 volken. Een van het land en een van het water. Ze werken als visser en landbouwer. Landbouwers zijn de Makassaren en vissers zijn de Buginezen. Dan zijn er ook nog de Toraja's. Die wonen hier in Tana Toraja. Het zijn oorspronkelijk zeelui. Zij wonen in huizen op palen, die puntdaken hebben.
Om 5 uur kwamen we aan bij het hotel, dat we hadden gekozen. Het heet Hotel Pison. Een mooie kamer met warm water. Het is er ruim en schoon. Er zijn hier heel wat Nederlanders. Teveel eigenlijk, maar ja.
Donderdag 1 september 1994
De wekker hadden we om 8 uur gezet. Ontbijt: Heerlijke pannenkoeken, koffie en thee. Daarna moesten we verhuizen naar een andere kamer, omdat we 5 dagen bleven.
We hebben de bemo genomen naar Sangalla, een mooie omgeving met rijstvelden, palmbomen, bananenbomen, koffiestruiken en veel mooie planten. Het was een mooie omgeving om te lopen. Onderweg kwamen we langs een museum, waar ze bamboe-muziek speelden. We hebben een voorstelling gezien. Kinderen die op bamboe-instrumenten speelden, waarbij werd gedanst. Dit onder het genot van koffie en thee. Leuk was het daar. Daarna hebben we in het museum gekeken.
Toen zijn we verder gelopen naar Suaya, waar tau-tau poppen in graven staan. Daarna zijn we verder gelopen naar Tampangallo, waar de hangende graven zijn. Hierna door de rijstvelden naar een boom, waarin vroeger baby's werden begraven. De kinderen uit de buurt waren hier ook aanwezig. Ze waren aardig en kregen van ons een snoepje.
We gingen wat drinken bij een bar. Het was een voorplaatsje waar we moesten gaan zitten en Pa met veel kinderen ging voor ons spelen op bamboe fluiten. Ook gingen er nog kinderen dansen. Het was heel leuk en we kregen een fluit kado, maar die hebben we wel betaald. We zijn teruggelopen door wat plaatsjes. Leuk om te zien. Toen wachten op de bemo, dat duurde even, maar we zijn thuis gekomen voor het donker was. Het zijn vriendelijke mensen in de bemo. De bemo zat erg vol, zakken met rijst en manden met tomaten en uien. Er zaten mensen voor je en naast je, op elkaar, maar wel leuk.
Vrijdag 2 september 1994
Vanmorgen vroeg opgestaan. We gingen een grote wandeling maken. Toen ik even water ging kopen hoorde ik dat er ergens een ceremonie was. Eerst een kado kopen, zijnde snoep en koekjes en toen met de bemo erop af. De ceremonie was in Tondon, ongeveer 7km hier vandaan. Er waren nog wat meer Nederlanders, die er naartoe gingen. Uit de bemo moesten we nog een stuk lopen door de rijstvelden, klimmen naar boven. Na ongeveer 45 minuten kwamen we er aan. Het was erg druk. Heel veel toeristen. Het was een dorpje en in het midden lagen er heel veel varkens, groot en klein, dik en erg dik. Onderweg liepen er ook al mensen met varkens te slepen, aan bamboe gebonden, ondersteboven, werden ze gedragen. Ze gilden verschrikkelijk. Door de rijstvelden ging dat door merg en been. In het midden lagen ze vastgebonden, maar ook los lopend. Overal zaten mannen, vrouwen en kinderen. Wij toeristen waren overal aan het filmen en fotograferen. Er lag een os, die was al dood, zijn ingewanden lagen over de grond, vies om te zien. Er lagen ook dode varkens, die waren geroosterd. We zijn er nog tussendoor gelopen om onze kado's te geven, maar we wisten niet aan wie. Achter het hele gebeuren werden er varkens geslacht en geroosterd. Nog wat rond gekeken, maar na anderhalf uur, zijn we toch maar weggegaan.
Het was nu te laat om een grote wandeling te doen. We hebben door de rijstvelden te lopen. Het is prachtig hier. Niet te warm, net goed. Overal die sawa's en die witte reigers er bij, een prachtig gezicht. Daar raak je niet op uitgekeken.
Zaterdag 3 september 1994
We hadden ons verslapen tot acht uur. We moesten een grote wandeling maken. Nu snel naar het bemo-station. Een bemo naar Lempo, dat ligt in de bergen en naar terug lopend naar Rantepao. We liepen door Lokomate, Pana Tikala. Een prachtig uitzicht over de sawa's, rotsen en bergen. Er waren rotsen, die als graven gebruikt werden. In de steen werden de mensen begraven. Ze schilderen er iets op of ze bikken er iets uit. Soms liggen er bezittingen van de overledene in, maar niet altijd. Onderweg kwamen we langs veel plaatsjes. Hier komen niet veel toeristen, dat kan je merken, de mensen kijken je na en lachen je soms uit. De mensen hier kunnen zich goed onderhouden. De een misschien wat beter als de ander, maar honger hebben ze niet. Aan geboorte beperking doen ze hier niet. Het stikt hier van de kleine kinderen, overal komen ze vandaan. De scholen zijn erg vol. Dat kan je goed zien als je er langs loopt. De begroeiing is ook heel mooi, veel mooie planten en bloemen. Er is van alles te zien. Planten die wij als kamerplant hebben, zie je hier in het wild groeien. Vogeltjes zijn er ook genoeg te zien, in verschillende kleuren en grootte. Vlinders zijn er ook genoeg. Heel mooi en in allerlei kleuren te zien. Honden zie je er ook genoeg. Ze zijn bang en blaffen snel. Je kunt ze niet aanhalen, ze zijn dan bang.
We blijven hier tot maandagmorgen, dan gaan we weer weg. Eerst met de bus naar Udjang Pandang, daar overnachten en dan naar Borneo. ‘s Avonds kan je lekker buiten zitten, alleen de muggen steken er goed.
Zondag 4 september 1994
Vanmorgen al vroeg op voor een lange wandeling. Eerst ontbijten: pannenkoeken. Het is gaan regenen, maar toch gaan we weg. Regenjassen aan en vooruit maar. Eerst een bemo vinden, die ons wegbrengt. De route voor vandaag is Nangalla, Pedamaran, Paniki en Labo. Om Nangalla te bereiken was moeilijk. Alle bemo's gaan eerst naar de ossenmarkt, wat verder op. Daar aangekomen zijn we eerst over de markt gelopen. Het was een gewone markt. Van groenten tot vis, kleding, stof, schoenen, pannen, van alles. De ossen stonden wat verder op in een grasveld. Je kon er doorheen wandelen. De ossen zijn toch wel erg groot van dichtbij.
Daarna zijn we verder gegaan met de bemo naar Nangalla. De tocht tot Labo waren vele kilometers. We hebben gelopen van half tien tot vijf uur. Maar het was prachtig, veel mooie sawa's. Het was ook een bosrijk gebied. We zijn nog door een koffieplantage gelopen. Dat was wat minder, want we waren de weg kwijt en er was niemand aan wie je de weg kon vragen. De zon scheen erg fel en we hadden geen eten bij ons. We hadden wel drinken, maar we zijn eruit gekomen. De natuur is hier zo mooi en ongerept. De dorpjes zijn zo klein en de mensen zijn er niets gewend. Kinderen in overvloed. Ze roepen vaak om snoepjes. Daar wordt je soms wel wat gek van, maar vooruit maar. In sommige dorpjes durfden de kinderen niet naar je toe te komen. Ze zijn geen toeristen gewend. We zijn over het terrein van de koffiefabriek heen gelopen. Het is groot opgezet. Ik denk dat er ook veel mensen werken. Onderweg hebben we bananen gekocht. Heel goedkoop bij een oud baasje. Ik gaf hem wat extra, daar was hij erg blij mee. Het was een tocht om niet te vergeten. Mooi maar vermoeiend.
's Avonds gingen we inpakken. Het was de laatste avond. Jammer, het is hier erg gezellig met leuke mensen, een mooie omgeving en een goed hotel.
Maandag 5 september 1994
Vanmorgen vroeg op. De bus komt ons om half acht ophalen. Het wordt een lange en vermoeiende dag. We zijn om vier uur in Udjung Pandang aangekomen bij de luchthaven. Eerst een vlucht boeken naar Kalimantan. Dat lukte en morgen om half een, gaan we hier weg. Het hotel is niet zo netjes, maar het is maar voor één nacht. Morgen weer een reisdag voor de boeg. Vanavond zijn we gaan eten bij Kentucky Fried Chicken. Mmmmmm.
Dinsdag 6 september 1994
We vertrekken uit Udjung Pandang. Het vliegtuig gaat om half een weg. We zitten nu te wachten. Het is erg warm hier. Ik heb veel bekijks door mijn lengte, er wordt heel wat af gelachen hier.
In de middag kwamen we aan op het vliegveld van Kalimantan, dicht bij de zee. Het vliegen was aangenaam rustig en niet te lang. Ik zat bij het raam. Het uitzicht was goed en er lagen heel veel kleine eilandjes in de zee, wat mooi was om te zien. We kregen een kleine maaltijd in het vliegtuig.
Vanaf het vliegveld van Balikpapan zijn we per bus naar Samarinda gegaan. Dat duurde ongeveer 3 uur. Daar aangekomen moesten we naar Bontang. We kwamen er om 21.00 uur aan, doodmoe van het reizen. We hadden een hotel uit het reisboek gekozen, genaamd "Intra Hotel". Daar aangekomen waren we het reizen zat en wilden we snel een kamer. Ik moest eerst nog even onderhandelen en de korting bepraten, wat snel was geregeld. We hadden al snel in de gaten, dat dit hotel geen zuivere koffie was. Volgens ons liepen er hoertjes, maar we zullen er maar 1 nacht blijven, dus vooruit maar. Eerst eten voordat de keuken dicht gaat. In het restaurant daar konden we eten. Daar aangekomen was het heel stil. Er stond alleen iemand te zingen voor een televisie (karaoke). Ik heb het ook een paar keer geprobeerd. We gingen laat slapen.
Woensdag 7 september 1994
In Bontang is het helemaal niet toeristisch. Dat kan je goed aan de mensen merken. De mensen zijn hier erg aardig. Na het ontbijt inpakken en naar het station van Taman Nasional Kutai, van het natuurpark. We gaan er met de bemo heen. Daar aangekomen hebben we geboekt voor donderdagmorgen, samen met een Duitse jongen en een Indonesisch meisje. We gaan dan het park in. We hebben wel een ander hotel genomen, wat meer in het centrum, eenvoudig maar goed en aardige mensen.
Donderdag 8 september 1994
Vanmorgen vroeg op voor de boottocht naar Teluk Kaba in het Kutai natuurpark. Na het ontbijt op stap met z'n vieren. Na een korte rit met de bemo stapten we in een boot, waarmee we om ongeveer kwart over 7 weg gingen. Onderweg was het mooi, veel natuurschoon en mooie bomen. De tocht duurde niet zo lang. Om ongeveer 9 uur kwamen we aan in het park. Een klein stukje lopen en daar stonden 3 gezellige huisjes. In 1 huisje woonden de gidsen en was het kantoor. De andere 2 huisjes zijn voor de gasten. Elk huisje heeft 3 drie slaapkamers voor 2 personen. Tevens was er in het huisje een kamer met een bank en een eethoek. Wassen moesten we buiten doen bij de waterput. De w.c. was ook buiten. De kamers zien er schoon uit. We kunnen buiten zitten op een balkon, waar 2 houten banken staan. Er staat nog een oud huisje, waar we geloof ik in moeten koken, we zien het wel. Eerst wat eten en dan gaan we wandelen. We eten brood met jam en water. Zo zal het gaan de komende 2 dagen. We zullen dus wel afvallen. De tocht door het park was mooi en niet zo vermoeiend. Apen zagen we al snel, maar ze waren al snel weer weg. De natuur is prachtig hier. Prachtige bomen, groot en klein. Het is dicht begroeid. De gids heeft een mes bij zich. Daar maakt hij een weg mee, zodat we kunnen doorlopen. Af en toe rusten we wat uit en drinken goed, want dat is belangrijk. Je zweet hier zoveel, dat je bijna niet naar het toilet hoeft, ook wel makkelijk. Alles is nat van het zweet, je haar, je kleren, alles, maar dat is niet zo erg. De gids heeft voor ons kokosnoten geplukt. We hebben eruit gedronken, heerlijk was het. We aten ook wat vruchtvlees, het is lekker en is goed tegen de dorst. Het is hier rustig. Je hoort alleen vogels, apen en krekels. De zon schijnt er veel. 's Middags hebben we wat gerust en naar de zee gaan kijken. Het is hier zo mooi en rustig. Net een paradijs. Er komen niet veel mensen hier. Het is nog niet zo toeristisch, we zijn de enige 4 toeristen. Ik hoop dat het hier zo mooi blijft.
Morgen gaan we met een boot de rivier op om neusapen te zien. We blijven hier 2 nachten. We moeten vanavond zelf voor het eten zorgen. Dat wordt wat. We hebben wat kant en klaar maaltijden gekocht, dus dat moet lukken.
De mensen hier leven erg eenvoudig. Ze vangen zelf vis en verbouwen zelf rijst en groenten. Ze halen water uit de waterput. Ze hebben iedere dag radiocontact met het kantoor in Bontang. De keuken is erg primitief. Er is een plaats waar ze een vuurtje maken met hout en er hangen een paar oude pannen aan de muur. Als je thee wilt drinken, dan moet je zelf je beker omspoelen. Dit is pas echt leven denk ik, helemaal op jezelf in de natuur.
Vrijdag 9 september 1994
Vanmorgen om 5 uur op, want we gaan met een boot de rivier op. Het was nog erg donker, dus tobben met het wassen en aankleden. Snel een boterham en wat water en gaan. Bij de boot aangekomen werd het al snel lichter. Je kon zien waar je liep en waar de boot lag. We moesten een stuk de rivier op. De boot maakte veel herrie en er waren nogal wat golven. We bereikten na ongeveer 45 minuten, via de zee, een smalle rivier. Het was daar een prachtig paradijs met veel begroeiing en palmbomen en varens. Er waren wat longhuizen en landerijen te zien. Het zag er arm en verlaten uit, maar het was nog vroeg. We gingen neusapen zoeken. Er waren en aantal apen te zien in een boom dicht bij de rivier. Je moest snel kijken en goed opletten, want ze waren weg voordat je het in de gaten had. Het waren er ongeveer 8. We zijn daarna teruggegaan naar het huisje. We hebben wat thee gedronken en daarna zijn we weer gaan wandelen in het park. Het was toen ongeveer 9 uur denk ik, dus nog een hele dag voor de boeg. We gingen apen zoeken, maar dat was niet het belangrijkste voor ons. De natuur is hier erg mooi en ongerept. De gids moest vaak zijn lange mes gebruiken om een weg te maken, zodat we konden lopen. Soms moest hij zijn kompas pakken, om te kijken waar we heen moesten. Spannend was het wel. Het was erg warm, maar niet zo vermoeiend. Apen konden we niet vinden vandaag, maar we hebben wel mooi gewandeld. 's Middags hebben we het pad gevolgd naar de weg. Dat was ongeveer 6 km. Toen hebben we in de verte oerang oetans gezien. We hebben ook veel kleine en grote vogels gezien en heel veel vlinders. 's Avonds hebben we in zee gezwommen en ons gewassen bij de waterput. Daarna hebben we eten gemaakt (mie). Het smaakte goed. Wat fruit na en wat thee gedronken met elkaar. Het was gezellig.
De visser, die ons naar het park had gebracht was een dag te vroeg, maar hij wacht wel op ons, als we maar wat eten voor hem hadden. Dat was geen probleem. Vroeg naar bed, want we waren moe.
Zaterdag 10 september 1994
Vanmorgen om half 7 op, want om 7 uur gaan we wandelen en op zoek of er apen te zien zijn. We hebben van apen niets gezien, maar we hebben wel mooi gewandeld. We zijn nog langs de mangrove bossen gelopen en gekeken of er orchideeën waren, maar die waren al uitgebloeid. We waren om 1 uur terug. We hebben toen ingepakt en thee gedronken. We zijn klaar voor vertrek. Jammer want het is hier zo mooi, maar we moeten verder. Het zeewater is gezakt, dus we moeten wachten tot 4 uur. We willen een boottocht gaan maken over de Mahakan-rivier. Of we dat voor elkaar krijgen is nog de vraag. We zijn nog niet ziek geweest. We hebben de laatste 3 dagen opgetrokken met Addie en Wolfram. Het zijn leuke lui. Wolfram is soms wat onhandig, maar hij is erg aardig en weet veel over dit land te vertellen. Dat is makkelijk. Addie komt uit Surabaja en is gewend om veel te doen voor een ander en is erg onderdanig. Afwassen mogen wij niet doen. Koken doet ze voor ons en meestal eet zij dan niet met ons, maar later. Dat ze kookt vind ik prima dat ze dat doet. Met dat open vuur werken Zijn we niet gewend en zij wel. We hebben met z'n allen veel plezier gehad. Soms communiceren met handen en voeten, maar dat geeft niet. Gisterenavond hebben we gelachen. Addie moest na het eten boeren. Wij lachen. Ze keek zo verbaast waarom wij lachten. Ik denk dat het daar normaal is, want ze is erg netjes en bescheiden. We deden voor wat je moest doen als iemand een boer liet. Duim op je voorhoofd, want anders krijg je een klap voor je kop. Maar ze begreep het niet zo. We zijn nu weer in Bontang in ons hotel Raodah.
Zondag 11 september 1994
We hadden besloten om een rustdag te houden. 's Morgens waren we al vroeg op. Toen zijn we koffie gaan drinken. Ja koffie, hoe smaakt dat na zo'n lange tijd. De koffie is niet zoals die zijn moet, maar goed. Toen besloten we maar om weg te gaan. Alles inpakken en gaan. Afscheid nemen van Addie en Wolfram. Addie hebben we het zwarte tasje gegeven. Het was een ontroerend afscheid. Wolfram zagen we nog net op tijd. Hij was boodschappen aan het doen. Nu zitten we in Samarinda. Heel druk, groot, veel winkels, veel auto's en veel herrie. Na 3 dagen natuurpark is dit wel heel wat anders. Daar hoorde je alleen vogels en apen. We werden overspoeld door gidsen toen we aankwamen, maar die hebben we maar afgewimpeld. 's Avonds zijn we gaan eten, patat met hamburger, veel te vet. We hebben het niet zo naar ons zin, we weten niet wat we willen. Ik wil graag naar de Apokayan, een stam in de binnenlanden, maar daar is moeilijk te komen. Dat is een tegenvaller. Het is hier veel te druk en te vies. Morgen gaan we kijken wat we doen. Nu slapen, want we zijn doodmoe van de bustocht van Bontang naar Samarinda.
Maandag 12 september 1994
We waren vroeg wakker van de herrie. Vanmorgen zijn we naar het toeristenbureau gegaan en tot een besluit gekomen. We gaan toch de Mahakan op. Vandaag wat inkopen gedaan voor de boottocht, broodjes en fruit. Vanavond gaan we inpakken en eten. Morgen weer een nieuwe tocht voor de boeg. Ik ben benieuwd wat het wordt. Het is hier erg warm, te warm om wat te doen. Er zijn weinig toeristen hier, bijna geen. Ik heb er 1 gezien. Of dat die hier niet komen, of dat het seizoen voorbij is, ik weet het niet. Het verkeer is hier een chaos. Alles rijdt maar. Stoplichten zijn er wel, maar stoppen, Ho maar.
Dinsdag 13 september 1994
Vanmorgen vroeg op, om 6 uur. We gaan een dag varen van 8 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds. Daar rekenen we op, dan valt het mee als het korter is. Met de bemo (groene taxi met de letter A) naar de boot. Dat had gisteren de man van het toeristenbureau ons verteld. Hij tekende op een moment een taxi met een "A" er op, omdat we eerst niet begrepen wat hij bedoelde.
We zitten nu op de boot op de 2e verdieping, waar allemaal matrasjes naast elkaar liggen. Daaronder is een ruimte, waar je bagage in kwijt kan. We varen niet te hard en ook niet te zacht. We schommelen vrijwel niet. Het is eigenlijk wel luxe zo. Soms wat slapen, lezen of eten, het gaat allemaal gemakkelijk. Boven is de boot niet vol, maar beneden wel. Er liggen ook veel spullen. Op het dek staan stoelen, een bromfiets, kippen. Beneden staan er veel groenten -en fruitplanten. Er is ook nog een keuken waar je gratis koffie en thee kunt krijgen. Je kunt ook fruit en koekjes kopen. Beneden kan je ook naar het toilet, een klein hokje met een gat in de vloer en een teil met water. Maar je kunt naar het toilet en dat is belangrijk.
We gaan de komende dagen rond trekken en weer wat nieuws zien. Ik hoop dat het beter is dan in zo'n grote stad als Samarinda. Het is wel leuk op de boot. Als de boot stopt komen er veel mensen aan boord, die dan spullen willen verkopen zoals fruit, gekookte eieren, boekjes, kranten, enz. We kregen ook wat fruit van de mensen die naast ons zaten: Durians, lekker. Veel mensen slapen op de boot, wat prima gaat. We doen dat ook wel. Onderweg is het mooi. Veel bomen, soms wat huisjes. Er worden ook veel bomen gekapt. Ze varen dan op een groot vlot voorbij. Soms staat er op zo'n vlot een houten huisje. Je ziet ook veel houtzagerijen en meubelmakerijen in de buurt. Er wordt ook veel verbrandt, zonde als je dat zo ziet.
Wij zijn de enige 2 toeristen aan boord. We zijn op weg naar Muara Muntai over de Mahakan rivier. In Muara Muntai blijven we overnachten en de volgende dag gaan we verder naar Tanjung Isui. We kwamen laat aan in Muara Muntai, om 9 uur. We waren moe en hadden honger. Eerst een kamer, dan eten, douchen en naar bed. Een kamer hadden we al snel. Er stond een man op ons te wachten. Hij heet Artuhan en hij had een kamer voor ons die goed was. Aan de overkant hebben we nasi goreng gegeten. Het was lekker en heel goedkoop. Het eten kostte bij elkaar FL.9,00 en de kamer FL.8,00. De hele dag varen kostte FL.8,00 per persoon. Artuhan brengt ons morgen ook met een kleine snelle boot naar Tanjung Isui. We hebben om 9 uur afgesproken.
Woensdag 14 september 1994
Na het wassen en ontbijten gingen we weer hier vandaan. We komen vrijdag hier weer terug om te overnachten en te eten. We hebben ontbeten op het balkon met uitzicht over de markt en kleine winkeltjes. De straat is van hout en is op palen gebouwd. Als er overheen gereden wordt met fiets of bromfiets, maakt het een herrie….. Het is een kleurrijk geheel als je zo over de markt kijkt. Ik hoor ergens een naaimachine van een kleermaker. Er is een groentestalletje en er worden kippen geslacht, je kunt er kleding kopen, je ziet er van alles. Na het ontbijt gaan we varen.
Alles is ingepakt. De tocht zal ongeveer 2 uur duren. We stappen in een klein bootje met een motor en een afdak tegen de zon, waar wij onder zitten. Onderweg was er heel veel te zien. Heel veel mooie vogels zoals wit met geel en zwart, wit met zwart, bruine vogeltjes, ook een met een grote snavel oranje met zwart en wit. Het regenseizoen is nog niet begonnen en het water staat erg laag. We hebben soms maar misschien 60 cm onder ons om te varen. We hebben een keer vastgezeten. De schipper moest eruit om ons los te maken. Zo vaarden we over een rivier en later een meer, die bijna droog stond met om ons heen allemaal vogels, prachtig. Onderweg hebben we ook veel vissers gezien en mensen die waterplanten teelden. Die worden in een cirkel bij elkaar gehouden door bamboe stokken. De mensen die er in werken, staan in het water. In verband met de droogte liggen er genoeg planten droog. In de verte zien we bomen, die weerspiegelen in het water.
We hebben nu een kamer in een longhouse, het is hier heel gezellig. We zitten nu in het plaatsje Tanjung Isui, een klein dorp met weinig mensen, maar wel gezellig. Je ziet hier longhouses, huizen op palen en houten huizen. We hebben koffie en thee gedronken toen we aankwamen en toen vielen we met de neus in de boter. We kregen een dansvoorstelling te zien. Het halve dorp deed er aan mee. Ongeveer 82 personen van groot tot klein en van jong tot oud, vrouwen, mannen en kinderen. Het was een kleurrijk geheel. Muzikanten aan de kant en daar vlakbij was er een podium van hout. Ze deden verschillende dansen. Een welkomsdans, een huwelijksdans, een dans om beter te genezen, het was erg leuk. Daarna hebben we wat gedronken en zijn we een kleine wandeling gaan maken in de omgeving. Het is nu gaan regenen. Ik zit nu gitaar te spelen met de kinderen van de mensen waar we logeren. Er is hier een Duitse dokter, die Michael heet. Hij is hier alleen op vakantie en kijkt hoe de medicijnman hier zijn werk doet.
We zijn nu op de helft van onze vakantie. We kunnen hier wat leuke souvenirs kopen. De baas van dit huis maakt ze allemaal zelf. We hebben vanavond een wandkleed gekocht, dat alleen in deze buurt wordt gemaakt. Deze kleden worden maar op twee plaatsen in de wereld gemaakt, dat is hier en in een provincie van Maleisië op het eiland Borneo. Het kleed is van plantaardige vezels gemaakt. Ik vond zo'n blaaspijp erg mooi, dus die hebben we ook gekocht. Een klein popje van houtsnijwerk voor de letterbak kregen we erbij. We hebben vanavond lekker gegeten, voor FL.9,00. De mevrouw van het restaurant zal morgen broodjes voor ons bakken voor het ontbijt.
Donderdag 15 september 1994
We werden vanmorgen vroeg wakker van de eenden, kippen en vogels. Het was nog voor 6 uur. We moesten om 7 uur toch opstaan voor de wandeling. Na het douchen een heerlijk ontbijt met verse broodjes, koffie en thee bij een eetgelegenheid. De mevrouw had ze speciaal voor ons gemaakt. Een kaarsje erbij, heel gezellig. Morgenochtend eten we hier maar weer.
Om half 9 zijn we op weg gegaan naar Mancong. Een tocht van 2 uur wandelen en weer 2 uur terug langs dezelfde weg. Het was een redelijk goed pad om te lopen door het oerwoud. Onderweg hebben we veel vogels gezien. Ook nog wat eekhoorns, vlinders, sprinkhanen, hagedissen en mooie bloemen, bomen en planten. Je ziet hier planten in het wild, die bij ons in de huiskamer staan, zoals gatenplanten, varens, schorsvarens en vele andere planten. Het dorp Mancong stelde niet zo veel voor. Het was erg klein. Er was een groot mooi longhouse te zien. Het weven van plantaardige draden hebben we hier gezien. In deze regio zie je dat veel. Om terug te lopen was het erg warm. We hebben toen een grote vogel gezien, bruin met zwart.
Het is hier erg gezellig en rustig. De keuken van het longhouse waar we blijven is meer luxe dan de keuken in het park, maar voor onze begrippen toch zeer beperkt. Ze hebben bv. wel een koelkast en 2 kleine oude gasstellen. Verder hebben ze 1 groot werkblad en aan de muur hangen de pannen en borden en een klein kastje met glazen. Verder hangen er allemaal rekjes en er is geen deur in de keuken. Maar alles is heel schoon. De kinderen helpen met afwassen en vegen. Iedereen doet wat.
Vanavond gaan we in hetzelfde restaurant eten als gisteren. Het zal niet veel anders zijn, maar het is er gezellig. Er komen in deze plaats wel toeristen, maar niet zo veel.
In de late middag zijn we op verzoek van Sandy (de gids van Michael) en met Michael in het plaatsje gaan wandelen. We zijn naar het graf geweest van de koning van Tanjung Isui. Sandy bracht ons ook naar iets wat wij niet leuk vonden. Mensen waren grote schildpadden aan het doden voor de soep. Verschrikkelijk om te zien. Er lagen er zo veel. Sommige leefden nog en lagen op hun rug in de zon. Snel weg hier. Hierna hebben we nog thee gedronken met Michael. Ik heb nog een paar foto's gemaakt van een oude vrouw met lange oren, waarin vroeger zware oorbellen in hadden gehangen. Ik staat met haar op de foto.
We zouden vanavond nog naar een ceremonie gaan. Er zou een baby zijn geboren, die dan ritueel gewassen zou worden. Toen we aankwamen bleek het geen groot feest te zijn. Er was een tweeling geboren en een baby had een misvormde neus, wat als een straf van de goden werd gezien. Geen blijdschap dus. Maar we mochten toch naar binnen om te kijken. De medicijnman was bezig met een ritueel om de goden het naar hun zin te maken. We moesten thee drinken en zo veel mogelijk eten. Dat zou de ouders blij maken. Wat hadden net gegeten, maar we moesten wat nemen. Toen het was afgelopen zijn we naar het longhouse gegaan.
Vrijdag 16 september 1994
We waren weer vroeg op door de herrie van kippen, eenden en honden, maar het wordt toch snel te warm om op bed te blijven liggen. Na het ontbijt inpakken en nog even wandelen. We hebben nog een graf bekeken van de plaatselijke bevolking. De baas van het longhouse heeft ons er gebracht. Het was apart om te zien. Een kist stond op een paal in een T-vorm.
We hebben foto's gemaakt van de baas van het longhouse met zijn vrouw, beide in klederdracht, heel mooi. Deze foto's sturen we op. Het is jammer dat we hier weggaan, heel aardige mensen, maar we hebben het wel gezien. Gisterenavond kwam er nog even een Japanner in het longhouse slapen, die even een tocht naar Mancong op de brommer heeft gemaakt en weer vliegensvlug weg ging. Ik ben ananas aan het schoonmaken, die we zo lekker gaan opeten. Om 4 uur worden we opgehaald met de boot en naar Muara Muntai gebracht, waar we overnachten. Morgen hebben we een lange boottocht voor de boeg naar Samarinda. We zijn nu al 3 weken weg, het gaat snel. Nu naar Java.
De boottocht naar Muara Muntai was prachtig. We hebben heel veel mooie vogels gezien, ijsvogels, arenden, neushoornvogels. We hebben ook veel neusapen gezien en zoetwater dolfijnen. Prachtig was het. We zullen het niet snel vergeten.
's Avonds hebben we bij een zus van een gids gegeten. Vis, grote garnalen, rijst en mie. Heerlijk was het. Hierna zijn we gaan slapen.
Zaterdag 17 september 1994
Vanmorgen vroeg gewekt door Arie Haan en nog lang ook. Om 6 uur ging de wekker. Wassen, aankleden, inpakken en weg. Ik wilde even brood kopen, maar dat ging niet meer, want de boot ging al weg. Dus zonder eten en drinken op weg. Het is niet zo'n mooie boot als op de heenweg, maar het moet maar. De schipper vaart wel snel. Maar afwachten hoe laat we in Tenggarong zijn. Daar overnachten we en gaan morgen naar een museum en dan vliegen we naar Java. Het is niet druk op de boot en we kunnen alleen maar op de grond zitten. Als we vanmiddag aankomen hebben we een blikken kont. We proberen maar wat te slapen. Op de boot kwam ook een Indonesisch gezin met drie jongens. De jongste lag te slapen in een soort hangmat van 2 sarongs. De baby sliep de hele tocht. Het was leuk om te zien. Gisteren waren we met tegenzin weggegaan uit Tanjung Isui, maar ja, we kunnen er niet altijd blijven. We zijn al vroeg in de middag in Tenggarong gearriveerd. Het is klein met veel mooie huizen. We moesten eerst een pension zoeken. We hadden van Sandy een adres gekregen, waar we redelijk konden overnachten. Dichtbij het Mulawarman museum. Het was nog 1 uur open, dus we gingen er maar gelijk heen. We vroegen ons af, of 1 uur wel genoeg zou zijn, maar ja, we zijn toch niet van die museum mensen. We hebben het in 55 minuten gehaald. Het was niet zo veel, plaatselijke kledingstukken, foto's, muntstukken, een babydraagzak van kralen. De tuin was wel erg mooi.
Hierna zijn we op een plein warme cola gaan drinken. We knapten er niet van op, maar het mannetje was wel aardig. Daarna hebben we langs de weg wat mango's gekocht en opgegeten. Nu zitten we uit te rusten van de boottocht. Morgen gaan we hier weer weg. Ik zal niet in Kalimantan willen wonen. Het is hier veel te warm. We hebben hier wel een heel leuke tijd gehad.
Zondag 18 september 1994
We waren alweer vroeg op dankzij de haan. We gaan eerst met de bemo naar Samarinda, dan met de bus naar Balikpapan, dan met het vliegtuig naar Surabaja en dan met de bus naar de Bromo vulkaan. Of dit allemaal lukt vandaag?
Nou, het ging wel. De buschauffeur naar Balikpapan reed in het begin als een gek, maar later ging het wel. We kwamen om ongeveer 11 uur met een taxi aan op het vliegveld. Op het vliegveld hoorden we, dat er pas om 5 uur plaats was voor de vlucht naar Surabaja. Wachten dus. Maar we hadden mazzel, want om half 2 was er plaats. Vanaf Surabaja moesten we verder met de bus en toen met de bemo. Het was een hele klus, maar het ging. We kwamen in de kou en het donker aan in het gasthuis Yoschi's. We waren moe en hadden honger. Het gasthuis was erg gezellig, tafeltjes met kleedjes, schemerlampjes, kaarsjes en leuke muziek. Eerst wat eten en dan zullen we wel opknappen. Patat met biefstuk en fruit met yoghurt. Ja yoghurt, je leest het goed, er was yoghurt te krijgen, heerlijk. Het smaakte ons prima. Het was alleen nog erg koud. Dat komt omdat we al hoog tegen de vulkaan zitten. En dat te bedenken dat we een koude douche moeten nemen. Dat moet maar. Moe en met volle buiken vielen we in slaap. Onder de dekens, want wat was het koud.
Maandag 19 september 1994
We gingen vroeg op. Na een douche zijn we gaan wandelen. Ik dacht even de omgeving bekijken, maar dat was niet zo. Het werd een wandeling van ongeveer 5 uur. Eerst 2 uur steil klimmen. Toen wat gegeten en daarna op weg naar de Bromo. Dat viel mee. Een groot stuk door as, vlak, maar erg droog en stoffig. Toen moesten we weer klimmen en het laatste stuk ging met de trap. Ik had eerst foto's gemaakt van de berg naast de Bromo, omdat we dachten dat de Bromo was. Foutje. Het was heel erg mooi. We hebben wat foto's gemaakt, wat water uit een flesje, dat we hadden meegenomen, gedronken en wat uitgerust. Hierna zijn we weer naar beneden gelopen. We kwamen paarden tegen die mensen naar de Bromo vervoerden. Het was een heel mooie tocht. Een mooie vulkaan, gelegen in een soort maanlandschap. Overdag is de temperatuur aangenaam. Alleen in de avond en nacht is het koud. Toen we terug kwamen gingen we eerst een douche nemen. Dat was wel nodig met al die stof van de vulkaan.
We gaan vroeg naar bed, want om 4 uur moeten we weg om de zonsopgang te zien bij de Bromo. We gaan er met de auto heen en we gaan terug lopen. Daarna gaan we naar het vliegveld om naar Lombok te gaan.
Dinsdag 20 september 1994
We werden vanmorgen om 03.00 uur gewekt. Eerst even wat bijkomen, dan wassen en aankleden. Dit keer veel kleren aan, want het kan erg koud zijn. We gingen er met een auto heen, die we hadden besproken. Om 04.00 uur reden we weg. Hierna moesten we nog een stukje lopen. Het viel wel mee, maar het was vreselijk koud. Maar het was het wel waard. De zonsopgang was schitterend om te zien. Op de voorgrond was een grote berg, waarachter een rode vuurbal omhoog kwam. Prachtig. We zijn daarna weer terug gegaan om in te pakken en te eten. Nu weer naar het vliegveld. Zo'n geluk hadden we om op Java te komen, zo'n pech hadden we om naar Lombok te gaan. Alle vliegtuigen zaten vol, ook voor de volgende dag. Wat nu. We waren allebei moe en hadden geen zin om in Surabaja te blijven. We hebben toen maar besloten om naar Bali te gaan. We hebben in Denpassar overnacht en we besloten naar het strand te gaan. We hebben voor die nacht een leuk hotel gezocht en hebben heerlijke gado-gado gegeten. Nog even naar huis gebeld, alles was goed. Toen we in Denpassar liepen, zagen we nog een viering van de Hindoes. Dat was in een groot park. Iedereen was mooi gekleed en brachten offers mee. Kleurrijk om te zien. Het waren honderden mensen.
Woensdag 21 september 1994
We hebben definitief besloten om naar het strand te gaan en lekker uit te rusten van alles wat we hebben gedaan. We zoeken een hotel in Candi Dasa. Het was hier naartoe 2 uur rijden en onderweg was het niet onaardig. Je ziet snel dat je in Bali bent. Veel tempels, mooie gebouwen en beelden. Nu zitten we in een heel luxe hotel met zwembad en alles erop en eraan. Een mooie badkamer. Warm water. Lekker eten. Strandstoelen. We hebben nog anderhalve week om uit te rusten en zien wat we nog gaan doen. Het is hier erg stil en de bediening is ontzettend beleefd en vriendelijk.
Donderdag 22 september 1994
Ik ben met een boot mee gegaan om te snorkelen. Ik vond het heel mooi en had mooie vissen en koraal en ook blauw koraal gezien. Het hotel is hier prima en het uitzicht is erg mooi. Echt een prima plaats om uit te rusten.
Vrijdag 23 september 1994
Vandaag lekker van de zon en de zee genieten. In het zwembad heb je uitzicht over de zee. Een eindje verder zie je de palmbomen bij het strand. Vanavond gaan we naar Candi Dasa voor een dansvoorstelling. Toen we daar aankwamen, was het afgelast, omdat er te weinig mensen waren. Nu gaan we maandag naar het dansen kijken in een hotel en dan hebben we er gelijk een buffet bij. We hebben vanavond alvast in dit hotel gegeten.
Zaterdag 24 september 1994
Vanmorgen zijn we gaan snorkelen. Eerst een stukje met een bootje mee. Het water was erg koud, maar het was wel heel erg mooi. Veel koraal en blauw koraal, veel vissen, zwart, geel, groen, blauw, enz. van groot tot klein. Maar na 2 uur is het wel genoeg. Misschien nog een keer deze week. Nu eerst een duik in het zwembad. Van middag blijven we lekker zonnen, zwemmen en lezen. We krijgen al een beetje kleur en beginnen ons al aardig uitgerust te voelen. Nog een paar dagen en dan zit het er voor dit jaar weer op.
Zondag 25 september 1994
Vandaag een rustdag.
Maandag 26 september 1994
Vanmorgen na het ontbijt hebben we eerst een stuk in de bemo gereden. Wat je allemaal in de bemo ziet, en man met een hele grote bak met vis. Daarna een vrouw met een bak vol met kleine vissen. We waren op weg naar het dorp Tengenang, waar we 2 jaar geleden ook al waren geweest. In het dorp hebben we nog wat foto's gemaakt. Hierna zijn we teruggelopen. De weg was niet onaardig. Je zag veel verschillende planten en bloemen en vooral veel tempels. Toen we bij het hotel aankwamen hebben we eerst wat fruit yoghurt gegeten. Dan lekker zonnen en zwemmen. Vanavond hadden we buffet besproken met barong dansen in een hotel in Candi Dasa. We zaten op de voorste rij, zodat we goed foto's konden maken en filmen. Het buffet werd om 19.30 uur geopend en we begonnen met soep vooraf. Verder kon je van alles kiezen, groenten, vis, vlees, bami, nasi, kip, fruit, het was erg lekker en gezellig. Het dansen was ook leuk en er was een gamelan orkest van 21 mensen. Bij de eerste dans waren er 4 meisjes en toen kwamen er 4 jongens bij. Toen begon een verhaal met 4 figuren en 2 meisjes, het was een kleurrijk geheel. Op het laatst kwam er een grote draak met allerlei kleuren en goud op zijn hoofd. Het was mooi om te zien. Na afloop zijn we met de taxi naar het hotel gegaan. We hadden een leuke avond gehad. We blijven in dit hotel tot de vakantie voorbij is, want het is hier zo lekker rustig.
Dinsdag 27 september 1994
's Morgens na het ontbijt zijn we gaan snorkelen. We zagen ook nog papegaai vissen. Daarna hebben we weer lekker gezwommen en in de zon gelegen. We hebben wat gepraat met de jongens van het hotel. Ze zijn erg aardig. Ze krijgen weinig loon en moeten hard werken.
Woensdag 28 september 1994
Nog een dag en dan is het weer voorbij met de pret. Vanavond inpakken en morgen weg. Jammer, maar het is goed geweest zo. Vanmorgen na het ontbijt zijn we gaan wandelen in de rijstvelden (sawa's). We zijn vroeg gegaan, omdat het anders te warm werd. De sawa's zijn trapsgewijs aangelegd en zijn mooi groen. Ik vind het knap dat ze het zo kunnen maken. Zo weinig water, en er dan toch voor zorgen, dat alles water krijgt. Er waren vrouwen rijst aan het snijden. Daarna sloegen ze de rijst uit de plant en werd de rijst in de zon gedroogd. Een stuk verder waren ze rijst aan het poten. Weer verder waren ze de grond aan het omploegen. Hier liepen 2 ossen voor de ploeg. Er waren ook bonen, mais en bananenbomen te zien. Het is een mooi land met heel veel aardige mensen. Nu liggen we weer in het zwembad, misschien wel voor het laatst. Vanavond gaan we in Candi Dasa in het gezellige restaurant, waar eerst dansen werden opgevoerd, eten. Nog even langs het strand lopen en even genieten van het uitzicht. Dan inpakken en naar bed.
Donderdag 29 september 1994
Na het ontbijt hebben we wat kleding weggegeven aan enkele jongens en meisjes van het hotel. Ik lees nog even mijn boek uit bij het zwembad en voor de laatste keer van de zon genieten. We hebben geen zin om naar huis te gaan. Nog even douchen en aankleden voor de terugweg. Voor de laatste keer yoghurt met fruit. Daarna de rugzakken in de taxi en afscheid nemen van de jongens en meisjes van het hotel en op weg naar de luchthaven. We kunnen terugkijken op een leuke vakantie. We hebben veel gezien en veel meegemaakt. Mijn rugzak is zo licht, omdat ik veel heb weggegeven. Morgen zijn we weer thuis.