REISVERSLAG BALI, PAPUA (terug naar het Stenen Tijdperk) EN BIAK,
OKTOBER 2002
Donderdag 10 oktober
Vandaag gaan we weer een nieuw avontuur tegemoet. Het vliegtuig een Boeiing 747-400 van Garuda zat echt vol. Tot onze verbazing mochten we zelfs roken. Dat hebben we al lang niet meer meegemaakt.
Vrijdag 11 oktober
Om 3.40 u landden we in Singapore, we hadden er dus 11.40 uur vliegtijd opzitten.
Om 06.00u (Nederlandse tijd) vertrokken we weer uit Singapore en om 13.15 u landden we in Jakarta. Daar moesten we 2 uur wachten op de volgende vlucht. Om 15.00 u vertrokken we voor het laatste stukje naar Bali waar we om 17.15u aankwamen. We waren allebei zo moe dat we van het opstijgen niet eens iets hebben gemerkt. Bij aankomst op Bali hebben we eerst geld gepind, maar liefst 1.800.000 roepies. Je bent hier gelijk miljonair (waarde = € 200,-)
We namen een taxi naar het busstation (55000 rp) omdat we meteen naar Lovina Beach in het Noorden wilden. Een gewone bus ging niet meer maar we konden met een klein busje mee. Het was wel stevig onderhandelen. Eerst zeiden ze 100.000 rp maar toen werd het opeens al 150.000 omdat ze zeiden dat we voor 100.000 maar tot Singaraja konden. We zaten al met onze spullen in het busje toen we ineens naar een ander busje moesten overstappen. Die ging sowieso naar Singaraja om spullen weg te brengen. De eerst 20 minuten was het verkeer een gekkenhuis, er moeten weer wat knoppen om. Ik viel in slaap en werd 2 uur later wakker. Toen was het nog een 1/2 uurtje voor we aankwamen in Lovina. We boekten een kamer bij Angsoka Cottages. Simpel met 2 1-persoonsbedden, een wc en koude douche, maar wel netjes. Er is een mooie tuin en een zwembad met ligbedjes. Toen waren we dus 28,5 uur onderweg geweest. We gingen eerst iets eten en douchen. En snel slapen.
Zaterdag 12 oktober (1/2 jaar getrouwd)
We werden pas om 13.05 uur wakker maar we hebben wel goed geslapen. We gingen eerst de kamer voor de volgende dagen boeken en toen ontbijten. We spraken met een schipper af dat we morgen meegaan om dolfijnen te kijken. Hij komt ons om 05.30u wekken. De schipper’s nickname is "Be Cool".
Het is hier een stuk rustiger dan in het zuiden van Bali maar de stranden zijn niet echt mooi, zwart zand i.p.v. paradijselijk wit. Maar ach, bij het zwembad is het ook prima vertoeven. We hebben vanavond extra uitgebreid en lekker gegeten om te vieren dat we een 1/2 jaar getrouwd zijn. We hebben er een lekkere cocktail op gedronken.
Zondag 13 oktober
Om 05.30u werden we gewekt door Be Cool. Aankleden en tanden poetsen en naar 't strand. Daar met een 4-persoonsbootje (wij en een Zweeds stel) naar dolfijnen zoeken. Eerst een 1/2 uur varen en toen zagen we ze. Het waren er best veel en soms erg dichtbij, prachtig! Ergens wel jammer dat het zo’n massatoestand is maar ja daar is niets aan te doen. De schipper van de boot vertelde dat er vannacht in Kuta een bomexplosie is geweest in een discotheek waarbij 71 doden zijn gevallen. En een andere bom is geëxplodeerd in het Amerikaanse Consulaat. Tijdens het ontbijt zagen we op BBC dat er veel mensen in de discotheek waren en er meer dan 150 doden zijn, bijna allemaal Australische toeristen. Dat is wel even schrikken maar we hebben iedereen via mail gerust kunnen stellen dat wij niet in die buurt waren. Er waren er al een paar ongerust geworden. Vandaag zijn we lekker lui geweest en hebben bij het zwembad gelegen. We hebben ons wel laten masseren (80.000 rp voor 2 personen).
Maandag 14 oktober
Vandaag niet veel gedaan (alweer). Eigenlijk alleen maar aan 't zwembad gelegen en gegeten. Nog even gekeken op de site van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze geven intussen een negatief reisadvies voor Bali, maar voor de mensen die op Bali zijn wordt geadviseerd grote menigten te vermijden omdat ze nog meer aanslagen verwachten. Er zijn intussen 197 doden geregistreerd, meest Australiërs, Singaporezen en een aantal Europeanen. Twee Nederlanders zijn gewond en één wordt nog vermist.
Dinsdag 15 oktober
Vanmorgen alles weer ingepakt voor de volgende etappe naar Papua. We konden niet echt veel meer doen, om 12.00u moesten we de kamer uit. Om de tijd door te brengen zijn we bij het zwembad gaan zitten. Het personeel deed een spel wat lijkt op poolbiljarten maar dan met schijfjes die je met je vingers weg moet “schieten’ in de gaten in de hoeken. Arthur en ik deden ook een spel mee maar het valt erg tegen.
Laat in de middag werden we naar de luchthaven gebracht. Onderweg zagen we langs de kant van de weg overal vlaggen waarmee de Balinezen hun medeleven betuigde voor de omgekomen mensen bij de aanslag in Kuta. Dat doet je toch wel wat. We moesten tot 24.00u wachten voordat we konden inchecken. Op de luchthaven was niets meer open en het was zowat uitgestorven.
Woensdag 16 oktober
Om 02.15u vannacht vlogen we eerst naar Timika, een vlucht van 3,5 uur. Tot onze verbazing vlogen we met een Boeing 737-400. Er zaten maar een paar blanken in het vliegtuig.
In Timika werden we met een bus naar de transitruimte gebracht. We bleken in eerste instantie in de verkeerde bus te zitten. Gelukkig was een vrouwtje zo oplettend dat ze ons in de juiste bus zette.
Om de wachtruimte zaten allemaal tralies en daar zaten we dus als apen in een kooi. We hadden al gehoord dat het hier niet erg veilig was en er werd ter plaatse verteld dat dit de manier was om ons te beschermen tegen de plaatselijke bevolking (wsl onzin).
In Indonesië zie je normaal weinig mannen met baarden maar de Papoea's hebben die toch wel. Ze hebben ook kroeshaar. Na 40 minuten werden we weer naar het vliegtuig gebracht en vertrokken we naar Jayapura, een vlucht van 1,5 uur. We vlogen over hoge bergkammen met op een paar plaatsen eeuwige sneeuw. De bergen werden afgewisseld met regenwoud wat van bovenaf één grote broccoli lijkt. En dan zijn er nog veel meertjes/meren. Het vliegveld van Jayapura ligt aan het Sentanimeer en de piloot bleef even rondcirkelen voordat hij eindelijk landde. Op de luchthaven aangekomen wilden we gelijk bij de politiepost een surat jalan (toegangsbewijs voor de Baliemvallei) halen maar dat werd gedwarsboomd door een heel opdringerige Papoea. Hij trad zonder dat we erom vroegen op als onze gids. Hij liep mee naar de politiepost (50 meter vanaf de luchthaven) en daar begrepen we dat we de vergunning wel konden krijgen. Maar toen begon die zogenaamde gids zich ermee te bemoeien en moesten we opeens toch nog naar Jayapura om de surat jalan te halen. Toen waren de politiemensen niet meer te vermurwen en zat er niets anders op dan vervoer te regelen naar Jayapura maar daar was het die man allemaal om te doen. Hij kende natuurlijk iemand met een busje die ons wel wilde brengen en daar krijgt hij natuurlijk een flinke provisie van. Hij vroeg 160.000 rp maar daar trapten we dus niet in. Uiteindelijk kreeg Arthur de chauffeur zover dat hij voor 80.000 rp retour reed. De gids hebben we gelijk weer uit de auto gezet (anders heb je kans dat je bij aankomst alsnog een fors bedrag moet betalen maar dat trucje kenden we al).
Aangekomen bij het politiebureau in Jayapura stonden er enorme rijen mensen. We begonnen al te wanhopen dat dit vandaag niet meer ging lukken, maar gelukkig bleek dat we bij een ander kantoortje moesten zijn en konden we meteen doorlopen. Arthur moest gelijk even kopieën gaan maken van de stempels in onze paspoorten en van het visum.
Hier wordt alles nog op een ouderwetse typmachine uitgewerkt met carbonpapier. Het tempo hier is ook uitermate traag en het duurde maar liefst 1 uur voordat 2 formuliertjes klaar waren. We lieten ons weer terugbrengen naar het vliegveld omdat we pas een ticket voor Wamena konden kopen nadat we de surat jalan hadden. Daar kregen we weer te horen dat we eerst telefonisch moesten reserveren voor een vliegticket. Wat een gedoe! We gingen eerst maar naar het hotel waar Arthur 6 jaar geleden was. Net ervoor was ook een hotel maar daar waren geen kamers meer vrij. Bij het andere hotel vroegen ze 70.000 rp voor een kamer maar toen we de kamers zagen vonden we dat echt veel te veel, het zag er allemaal erg oud en vies uit. Toen zakte de prijs wel naar 60.000rp maar ook dat vonden we nog teveel, het zag er echt niet uit. Je zou er nog geen varken in zetten. De eigenaar, een wat oudere man begon fors uit te vallen met argumenten dat Westerlingen zwemmen in de dollars. Toen hij zo begon had ik het helemaal gehad, wat een schreeuwlelijk. Al hadden we voor niets een kamer gekregen dan had ik daar nog niet geslapen!
Bij het andere hotel mochten we wel alvast even bellen naar Merpati om tickets te reserveren. Gelukkig waren er plaatsen voor de vluchten van 10.00 uur morgen. Toen moesten we dus weer terug naar het Merpatikantoor op de luchthaven om de tickets op te halen. Dat ging vlot maar de prijs viel wel tegen; 810.000 rp! Daar schrokken we toch wel even van. Maar ja, de trekking in de Baliemvallei is toch eigenlijk het hoofddoel van deze vakantie dus het moet maar.
Het was vandaag echt bloedheet en daarom lieten we de grote tassen achter in het hotel waar ze geen kamers meer vrij hadden en gingen op zoek naar een ander hotel.
Uiteindelijk lukte het om een kamer te krijgen bij het Transit Minang Jaya Hotel voor 55.000 rp voor een kleine kamer met airco, hurkwc en mandibak,inclusief ontbijt.
We waren behoorlijk moe maar de hoteleigenaar was zo vriendelijk om iemand te regelen die met de auto onze bagage op ging halen. We worden morgen ook weer naar het vliegveld gebracht, wat een service.
Toen de spullen op de kamer waren gingen we eerst eten maar veel honger hadden we al niet meer. Daarna even geslapen; alle winkels en restaurants sluiten hier 's middags een paar uur. Later hebben we toch ergens een hapje gegeten. Bij het hotel nog even naar het nieuws gekeken en toen maar naar de kamer.
Het begon steeds harder te regenen en tot 3x viel de stroom uit.
Donderdag 17 oktober
Arthur ging de kamer betalen en toen begon het gedonder. De prijs was nu opeens 75.000 rp tegen 55.000 die we gisteren afspraken. Een hele discussie natuurlijk en uiteindelijk gaf Arthur 60.000 rp maar toen gaf de eigenaar weer wat terug, hij was op zijn pik getrapt. Gisteren zeiden ze ook nog dat we naar het vliegveld gebracht zouden worden (service) maar nu moesten we opeens een taxi laten komen en daar moesten we ook nog eens de belachelijke prijs van 10.000 rp voor betalen (rit duurt 3 minuten!!). We zijn gaan lopen, stik er maar in.
Om 10.15u ging het vliegtuig, een F27, een propellervliegtuig.
In Wamena aangekomen stonden er een heleboel Papoea's en ik zag de eersten met traditionele peniskoker. Gek genoeg zag Arthur een man die hij 6 jaar geleden ook had gezien (Aladik). Ook Aladik herkende Arthur nog en hij kwam meteen op Arthur afgerend om hem te omhelzen. Prachtig! Aladik draagt alleen een peniskoker en een paar pijlen, een boog en op zijn hoofd een band van veren. Zo lopen er hier veel rond. Aladik is analfabeet en spreekt alleen een eigen dialect maar met gebaren maakte hij duidelijk dat ie Arthur nog herkende en dat hij blij was dat hij er weer was. We werden aangesproken door een gids en Aladik stak zijn duim op om te zeggen dat het een goede gids was. Dan wees hij naar andere gidsen en schudde hij "nee" met zijn hoofd. Soms gaat ie hele verhalen afsteken maar dan moeten we maar raden waar hij het over heeft.
We besloten dan om Martinus Siep als gids te nemen. Hij had een drager bij zich en die man en Aladik droegen onze rugzakken toen we een hotelkamer gingen zoeken. Bij het eerste hotel was geen plaats, een volgende was veel te duur. We lieten de bagage ook nu weer in een hotel achter terwijl we gingen kijken naar een kamer bij een volgende hotel, ook daar geen plaats. Bij het daaropvolgende hotel was wel plaats, een kamer die er wel goed uitziet kost 80.000 rp inclusief ontbijt. Martinus liet Aladik en de drager onze bagage ophalen bij het hotel waar we de rugzakken hadden achtergelaten en Martinus ging intussen zelf naar de politie met onze surat jalan. We hebben toen met Martinus en nog een andere man (die wat beter Engels spreekt) 2 routes uitgestippeld voor de trekkings die we in de Baliemvallei wilden maken. Toen we daarmee klaar waren was het weer 1,5 uur verder. Maar toen kwam het spannende gedeelte; er moest over de prijs onderhandeld worden. Terwijl één man de prijs op ging maken gingen wij naar de bank om TC's te wisselen. Onderweg was een markt waar veel vrouwen proberen hun groenten aan de man te brengen. De vrouwen zijn traditioneel gekleed, nou ja gekleed. De meesten dragen alleen een rokje en een hoofdnet, een enkeling draagt ook een bloes. Bij terugkomst van de bank hadden ze de prijs klaar: 7.200.000 rp, belachelijk natuurlijk. Toen hebben we gepraat, gerekend en nog eens gepraat en uiteindelijk kwamen we uit op 4.380.000 rp (521,22 USD) wat op zich nog veel geld is maar het schijnt niet anders te kunnen. We moeten ook Martinus daarvan betalen, 2 dragers en een kok en ook hun eten en slaapplaatsen zijn voor onze rekening.
De hele tijd was Aladik bij ons blijven zitten. Hij heeft een plastic tasje bij zich met eigenlijk niets erin. Wel wat tabak wat hij in stukjes van één of ander soort blad verkruimelt, en dat rookt hij dan, lijkt me maar niets.
Toen we uiteindelijk na een paar uur tot een akkoord kwamen met Martinus, gingen we alvast onze tassen pakken. We laten de meeste spullen achter in het hotel en nemen het hoognodige voor 4 dagen mee.
Het was al stikdonker toen Martinus ons kwam halen om ergens te gaan eten en het was ontzettend druk op straat want er was avondmarkt. Martinus ging, terwijl wij gingen eten, nog het een en ander regelen voor morgen.
Bij de ingang van het restaurant zitten Papoea's die dan proberen om stenen bijltjes etc te verkopen. Ze mogen de restaurants niet in. De restaurants worden door Indonesiërs of Chinezen gerund hier.
Vrijdag 18 oktober
We hebben weer wat meegemaakt vannacht. Ik sliep sowieso al wat onrustig, het stonk in de kamer vreselijk naar urine. Om 3 uur werd ik wakker omdat het hele bed heen en weer schudde. Arthur was ook wakker. Ook hoorden we buiten mensen praten. Het kon niet anders dan een aardbeving op het eiland zijn geweest. Dat hebben wij weer. Hopelijk was het niet zo'n grote dat het wereldnieuws is anders maken ze zich thuis vast ongerust. Het probleem is dat hier geen internetmogelijkheden zijn. Het ontbijt bestond uit twee witte boterhammen met een klein beetje jam, erg droog. Veel thee drinken dan maar om het weg te spoelen. Precies om 8.30u, de afgesproken tijd, was Martinus bij het hotel met de kok (Eli) en 2 dragers (Ubid en Hegi), Hegi kijkt vreselijk scheel.
Aladik stond er ook en die wilde precies weten wanneer we weer terugkomen. Met gebaren hebben we het hem uitgelegd. Hij zal er dan weer zijn. Het eerste stuk werden we met een auto weggebracht en onderweg moest er nog gestopt worden voor een paar boodschappen. Best koud nog 's morgens!
Na een klein uurtje rijden konden we niet meer verder omdat de brug kapot is en dus moesten we vanaf daar gaan lopen. We pakten onze wandelstokken en maakten ze op maat. Iedereen stond heel verbaasd te kijken, dat hebben ze hier nog nooit gezien.
Onderweg zagen we best veel traditioneel geklede Papoea's. In ruil voor een sigaret willen ze wel op de foto. De wandeltocht ging door diverse dorpjes. Als je bij een dorpje komt moet je over een omheining klimmen en als je het dorp uitgaat is er weer een omheining. Je blijft hier wel lenig zo. Langs de kant van de paden, een weg is het niet te noemen, zie je vaak rondscharrelende varkens. De lokale mensen zien zelden een blanke dus we worden overal begroet met een handdruk. Als je ziet hoe vuil de mensen hier zijn moet je er niet bij nadenken wat je er van op kan lopen. Toen we na een uur even stopten om water te drinken kwam Martinus erachter dat ons drinkwater nog in de auto stond. Hij gaf eerst Ubid op zijn donder en stuurde hem toen helemaal terug naar Wamena (2 uur lopen) om te proberen het water nog te bemachtigen.
Als we ergens in een dorpje komen, lopen de kinderen allemaal uit om te komen kijken. Ze zijn heel erg verlegen maar de nieuwsgierigheid overwint het toch van de verlegenheid. Ze zien er vies uit met grote snottebellen en in tijden geen water gezien om te wassen.
Sommige kinderen hebben vieze wonden en de meeste hebben dikke buikjes van het vitaminetekort. We hebben in een dorpje een groep kinderen op de foto gezet. Ze spelen daar spelletjes die bij ons 100 jaar geleden deden (met een fietsband en een stok).
Ik moest op een bepaald moment nieuwe batterijtjes in mijn gehoorapparaten doen en ook dat was iets wat ze nog nooit hebben gezien. Martinus kwam helemaal in mijn oor kijken maar vond dat ze er heel gewoon uitzagen dus hij snapte er niets van. Arthur gaf nog wat pennen aan de lokale onderwijzer en Martinus kreeg er zowaar een brok van in zijn keel toen hij zag hoe dankbaar de onderwijzer was.
Na de lunch was het nog ruim 1,5 uur lopen naar het dorpje waar we overnachten. Vlak na de lunch kwamen we bij de Baliemrivier. Er was een "nieuwe" brug gebouwd; 3 staalkabels naast elkaar op telkens 1 meter afstand met daarop houten balken vastgemaakt met krammen. De pijlers zijn gemaakt van olievaten die eerst aan de onder en bovenkant zijn opengemaakt. Dan worden ze aan elkaar gelast (ongeveer 10 stuks op elkaar) en de koker die zo ontstaat wordt dan vol beton gestort. Vanaf de pijlers worden nog extra kabels aan de brug vastgemaakt. Een aantal planken waren al helemaal weg en andere gedeeltelijk weggerot. Je moet echt goed uitkijken waar je loopt anders val je zo 10 meter naar beneden de kolkende rivier in.
In het dorpje(Anietma) waar we slapen konden we de kamer nog niet in, de sleutel moest ergens gehaald worden. Blijkbaar erg ver weg want na 1,5 uur was er nog steeds geen sleutel. Het begon flink af te koelen. We hebben wel een karakteristieke oudere Papoea op de foto/film gezet. Mensen komen allemaal bij je zitten en zitten je dan maar aan te kijken want praten lukt niet. Ze hebben hun eigen vreemde taaltjes. Op West-Papoea worden zo'n 200 verschillende "talen" gesproken. Een oude vrouw die bij ons zat, had aan haar rechterhand van alle vingers alleen nog het onderste kootje. Vroeger werd bij ieder sterfgeval in de familie een vingerkootje bij de vrouwen afgehakt. Tegenwoordig is dat verboden maar deze vrouw heeft al veel familie verloren. De duim werd overigens altijd gespaard. De vrouw zit een heel verhaal tegen Arthur te vertellen maar hij verstaat er geen fluit van. Ze wenkt Arthur om dichter bij te komen zitten en pakt dan zijn knie vast en vertelt maar door tot ze op een bepaald moment gaat huilen.
Het koelt hier flink af en de fleecevesten zijn echt wel nodig. Toch loopt de bevolking hier bijna naakt in die kou. Ook kleine kindertjes zijn zo goed als naakt. Hadden we dat geweten dan hadden we extra veel kinderkleren meegenomen.
Kinderen hebben hier ook helemaal geen speelgoed en vermaken zich met pluizen katoen of een deurslot waar ze op kloppen met een steentje om zo muziek te maken, prachtig eigenlijk om te zien.
Toen we eenmaal de sleutel hadden gingen we eerst douchen terwijl Eli het eten klaarmaakte. De "douche" is een soort grote hoge varkenstrog van beton waar oud regenwater in zit, het heeft hier al heel lang niet geregend. Het was er stikdonker en terwijl Arthur zich waste lichtte ik wat bij met de zaklamp want stroom is er ook niet.
Het avondeten was overheerlijk: soep, rijst, sardines, maïskoekjes, groenten en bananen na. Martinus wilde opeens alvast zijn deel van het geld van de eerste 4 dagen hebben. We werden een klein beetje argwanend maar gaven het toch maar.
Na het eten gingen we naar onze hut. Martinus ging nog naar de plaatselijke politiepost om een stempel op onze surat jalan te halen.
Zaterdag 19 oktober
We hebben goed geslapen. De spullen weer ingepakt en toen kon Arthur zijn portemonnee niet vinden. Paniek! Alles doorzocht maar helaas. Toen bleek dat Martinus de portemonnee had gevonden in het gedeelte waar we gisteravond hebben gegeten. Gelukkig maar want de giropas zat er ook in.
De jongste drager Ubid is vannacht ziek geworden en hij gaat terug naar Wamena naar de dokter. We gaven hem 2 paracetamols en een vitaminepil. We vermoeden dat hij op staande voet ontslag heeft gekregen omdat hij het water niet meer heeft kunnen bemachtigen wat nog in de auto stond. Martinus heeft in dit dorp een andere drager geregeld die nu verder met ons meegaat. Hij heet Johan. Ook de route voor morgen is veranderd want ook de net nieuw gemaakte brug is kapot dus we kunnen de rivier niet oversteken.
We moesten eerst een heel steil stuk omhoog. Martinus stopt wel regelmatig even en hij neemt de minst steile paden. Onderweg hadden we weer veel bekijks en wij zagen ook nog wat oude Papoea's.
Vanaf de top zagen we het plaatsje liggen waar we vannacht gaan slapen. Het lopen naar beneden ging lastig omdat het veelal kiezelpaadjes zijn waar je constant op uitglijdt. We zijn wel blij dat we de stokken meegenomen hebben.
In het dal stopten we voor de lunch. We probeerden nog naar de wereldomroep te luisteren maar er is totaal geen ontvangst. Ook hier weer kinderen met snottebellen en ze hoesten bijna allemaal erg (TBC?). Vieze gescheurde kleren hebben ze aan. Eén meisje heeft een veiligheidsspeld in haar oor als oorbel en een ander heeft een stokje hout in haar oorlel.
Hierna was het nog 2 uur lopen naar Wamerek waar we overnachten. Onderweg zagen we een kleine koffieplantage.
We kochten ook nog onderweg een traditioneel (gebruikt) hoofdnet voor 25.000 rp. Alle meisjes (ook de hele kleintjes) en vrouwen lopen hier met een hoofdnet waar ze werkelijk alle instoppen, van groenten en fruit tot kippen en varkens.
Het was een mooi pad om te lopen, niet moeilijk. Het dorpje Wamerek is heel leuk om te zien. Rieten hutjes, ook houten huisjes met erbij een heel groot grasveld en eromheen terrassen voor zoete aardappelteelt. We slapen hier in een traditionele hut. Als je binnenkomt heb je de kookplaats en de rest is zitkamer met hooi op de vloer. Grenzend aan dit vertrek zijn 2 slaapkamers. We hebben een kamer met een bed! Op het houten planken bed ligt een dunne, erg versleten en vieze matras. Boven het bed hangt een doek waar normaal een baby in slaapt. De vloer van de slaapkamer, de binnenwand en plafond van de hele huis is van gevlochten riet. Het ziet er erg leuk uit. In het dorp is geen water dus onze gids, kok en 2 dragers gingen beneden bij de rivier water halen om te koken. We zaten intussen buiten en keken naar de spelende kinderen. Ook hier zijn ze erg vies en vuil met snotneuzen. Er waren ongeveer 10 kinderen die zich voor ons uitsloofden en met elkaar aan 't rollebollen waren. Hoe harden we lachten, hoe baldadiger ze werden. Er was een klein ventje van zo'n 5 jaar die wel erg grappig was. We hebben ze allemaal een kauwgom gegeven. Er kwam ook nog een oude Papoea-man aan die ons kwam begroeten. Hij maakte een "praatje" waar we niets van verstonden maar we begrepen dat hij pijn had in zijn knieën, hij liep ook kreupel. We gaven hem een paar multivitaminepillen.
Toen Martinus en gevolg na 2 uur terug kwamen met het water kregen we al snel thee en we kregen een emmertje water om ons wat te wassen.
Ook hier is geen stroom dus er wordt weer een kaars geregeld, lekker brandgevaarlijk met al dat riet en hooi op de grond! En dan zitten ze ook nog te roken en gooien alles maar op de grond. Er werd saté op tafel gezet dus ik zeg "hmm lekker". Toen zei Martinus dat het gemaakt was van rattenvlees. Ik zei tegen Arthur "dat had hij beter niet kunnen zeggen, ik heb geen trek meer". Toen zei Martinus dat het een grapje was en dat het kippenvlees was maar toch vond ik het niet lekker en volgens ons was het wel degelijk rat. Arthur vond het wel lekker. Toen wij klaar waren met eten kwamen Eli, Hegi en Johan eten. De rijst was aangebrand omdat ze te weinig water hadden en wij kregen de bovenste mooie rijst en zij aten de aangebrande rijst op.
Arthur liet een stukje aan hun zien van wat hij al heeft gefilmd. Ze zijn stuk voor stuk verbaasd, dat hebben ze nog nooit gezien. Toen Arthur gisteren in een dorpje een stukje film aan wat kinderen liet zien, was dat ook een leuk gezicht hoe ze daarop reageerden.
Martinus en Eli vonden dat we eigenlijk ook een Lani- en Yali-ceremonie zouden moeten meemaken als we toch op Papua zijn. Een Dani-ceremonie doen we toch al. Er zijn hier nog diverse stammen die ieder hun eigen traditionele ceremonies hebben. Het Yali-volk woont hier 3 weken lopen vandaan maar in Wamena woont een groep dus Martinus (hij is een Yali) kan wel wat regelen. Eli is een Lani, dus hij kon ook wel het e.e.a. regelen.
Voordat we gingen slapen, gingen we buiten onze tanden poetsen. Het was stikdonker. Toen we de hut weer in wilden gaan, zag Arthur iets in het gras en zei dat ik even moest wachten tot hij met de zaklamp kon zien wat het was. Bleek het een slang te zijn van 1,5 meter lang! Arthur riep naar Martinus die binnen zat dat hij even moest komen kijken maar hij kwam in de deuropening staan en bleef daar want hij blijkt zelf als de dood voor slangen te zijn! Dat verwacht je ook weer niet.
Martinus was van plan om in het zitgedeelte van onze hut te slapen maar na het zien van de slang trok hij snel de rubberen laarzen van Hegi aan en ging bij de anderen in een ander hutje slapen. De schijterd! Voordat wij gingen slapen hebben we nog wel met de zaklamp goed gekeken of er nog ergens van die beesten zaten want we zijn zelf ook niet echt dol op slangen.
Zondag 20 oktober
Martinus was wel bezorgd geweest dat de slang weer in "ons huisje" terug was gekomen. Hij wist ook niet of het een giftige slang was. Na het ontbijt kregen we bezoek van een oudere Papoea waar ik foto's van maakte. Toen Arthur hem begon te filmen begon hij te zingen en te dansen en te roepen. Hij noemde ons zijn zoon en dochter.
Hierna gingen we weer aan de wandel. Nou ja, wandeling is het niet te noemen want we hadden hele lastige steile stukken omhoog en omlaag, vaak op fijne kiezel waar je steeds op uitglijdt. Op een bepaald punt was een kleine aardverschuiving geweest dus dat was extra lastig en we gingen één voor één aan de hand van Martinus naar beneden. Waar we gingen lunchen, zat een vrouw met een kind van ongeveer een jaar op schoot. Dat kind had een vreselijk vieze wond op zijn beentje. Arthur heeft het zo goed mogelijk schoon gemaakt en er een verband en pleisters opgedaan. Toen kwamen er steeds meer mensen die wel ergens een wondje hadden. Er waren wondjes bij die eigenlijk al lang geheeld waren maar ze wilden er toch een pleister op hebben dus Arthur speelde vrolijk voor dokter. Eén vrouw gebaarde dat ze hoofdpijn had dus zij kreeg een paracetamol. Toen hadden anderen natuurlijk ook van alles en we gaven ze dan maar een vitaminepil. Helemaal gelukkig!
Omdat we veel moeten drinken en uiteindelijk dus geen drinkwater hadden lossen we dit als volgt op: iedere keer als er water gekookt wordt voor thee 's morgens of voor het middag- of avondeten, kookt Eli extra water. Dat laten we dan afkoelen en gieten het in 2 flessen die we bewaard hebben. Zo hebben we in ieder geval altijd veilig drinkwater.
Na de lunch was het gelukkig een makkelijke wandeling langs de Baliemrivier. Opvallend vandaag was dat alle aardappelveldjes hier zijn omzoomd met stenen muurtjes. Ook hebben we de plant gezien waar ze van de vruchten (kalebassen) de peniskokers maken.
Net voordat we bij het dorp kwamen waar we gaan slapen (Bande), liepen we door een klein dorpje van 3 huizen. Arthur zag daar een man met een gitaar en vroeg of hij er op mocht spelen. Hij stemde eerst de gitaar want er kwam geen geluid uit en speelde toen een paar nummers. Alle mensen kwamen uit hun huisjes en kwamen erbij zitten. Na een 1/2 uurtje liepen we weer verder.
In Bande hebben we een "nette" kamer. Een matras waar het plastic nog omheen zit.
Om ons te wassen moeten we beneden naar de rivier en het was een erg steil stuk. Kinderen liepen met ons mee naar de rivier, ze vinden het wat interessant hoe wij ons daar staan te wassen. Arthur kon wel in zijn onderbroek gaan staan maar ik moest weer lekker moeilijk doen met mijn sarong. Het rivierwater is best koud maar het was toch wel lekker om je weer eens echt een beetje te kunnen wassen. We bleven nog even bij de rivier met Martinus om met hem te kletsen. Arthur rookte een kreteksigaret maar ik vind ze te vies. Toch is er een trucje om die vieze smaak eruit te halen; als je de filter een beetje verbrandt haal je er de zoete (kruidnagel)smaak vanaf. Kinderen gingen de rivier op om te zwemmen. Het water kolkt hier vreselijk. Eén meisje ging wat verder van de kant en daar is de stroming erg sterk. Ze werd een stuk meegesleurd maar kon toch terug naar de kant zwemmen. Wij zaten er met afgrijzen naar te kijken. Er zullen hier toch best regelmatig kinderen verdrinken lijkt me zo.
We zagen er tegenop om dat steile stuk weer naar boven te klauteren maar dat viel nog best mee. Een paar kinderen trokken ons (ook Arthur met zijn bijna 2 meter lengte en behoorlijk gewicht) gewoon aan de hand mee naar boven alsof het niets is. Eli had al water gekookt voor de koffie. Het kleine hokje waar we zitten stroomt steeds verder vol met nieuwsgierige mensen die dan heel verlegen op de grond gaan zitten en ons alleen maar aan zitten te kijken. We kregen weer lekker eten en wat overbleef gaven we aan de mensen van het huis waar we slapen.
We praatten met Martinus over familieaangelegenheden. Hij vroeg of wij een kind hebben, nee dus. Hij gaf ons traditionele tips en adviezen over het krijgen van kinderen, de hele familie moet er dan bij betrokken worden en er moet een soort "toestemming” gevraagd worden om zwanger te kunnen raken. Dat geldt hier dan misschien als bijgeloof of traditie maar wij zijn daar te nuchter voor. Ook hadden we het erover dat ze hier een vrouw kopen. Hij heeft voor zijn vrouw 9 varkens betaald aan haar familie. Ook over het dorpshoofd praatten we. Hoe iemand dorpshoofd wordt; eigenlijk is het zo dat in principe de zoon van het dorpshoofd hem opvolgt en dat van generatie op generatie doorgaat. Mensen worden hier trouwens niet oud, hooguit 60 jaar. Martinus weet niet eens hoe oud hij zelf is. Dat vinden ze hier ook absoluut niet belangrijk en het staat niet eens geregistreerd. We weten wel dat Martinus een dochtertje heeft, de ene dag zegt ie dat ze 1 jaar is en de andere dag is ze opeens 3 jaar.
Je wordt best moe van dit soort gesprekken omdat het Engels van Martinus niet geweldig is dus je moet oppassen dat je niet per ongeluk iets anders maakt van wat hij eigenlijk bedoelt. Zonder te weten zou je hier iemand vreselijk kunnen beledigen.
Maandag 21 oktober
Voor ontbijt waren er alleen bananen want het brood was niet goed ingepakt en dat hadden de muizen vannacht opgevreten. Martinus had een wondje aan zijn arm en zei dat het een muizenbeet was. We hebben het met jodium ontsmet en er een pleister op gedaan.
We begonnen aan de laatste wandeling van dit gedeelte in het Dani-gebied.
Al snel kwamen we bij Anietma waar we de eerste nacht ook hadden geslapen. Daar was een Nederlandse man met zijn moeder. Hij is in 1960 geboren in Sorong toen zijn vader hier werkte voor de politie (vanuit Nederland uitgezonden). We werden gelijk uitgenodigd om even te blijven om een kopje koffie mee te drinken en hun gids had ook wat sneetjes brood geroosterd en daar hebben we dankbaar iets van genomen. Na een 1/2 uurtje namen we afscheid en toen was het nog 2,5 uur lopen, niet moeilijk en veel vlak. Bij het eindpunt was het weer even lastig om vervoer naar Wamena te regelen maar zoals altijd komt het toch weer goed.
Terug in Wamena gingen we eerst naar het Merpatikantoor om alvast tickets naar Jayapura te regelen voor de 27ste. Gek genoeg is een ticket Wamena-Jayapura 200.000 rp goedkoper dan andersom. Toen dit geregeld was namen we een becak naar het hotel. Bij het hotel zaten opeens John en Holius te wachten, dit zijn de gids en kok die Arthur 6 jaar geleden hier heeft gehad. Ze maakten even een praatje. We probeerden ook Garuda te bellen om onze vlucht naar Biak te bevestigen maar de telefoon deed het niet. We moesten ook nog naar de bank om geld te wisselen want Martinus moet voorschot hebben om alles voor de volgende trek te regelen en in te kopen.
Terug bij het hotel hebben we alvast weer de spullen ingepakt die mee moeten op de volgende trek en de tas die we hier laten apart ingepakt.
Dinsdag 22 oktober
We zouden eerst naar een Lani-ceremonie gaan bij het volk van Eli en daarna een Yali-ceremonie bij het volk van Martinus en Hegi. Maar omdat Eli er niet op tijd was deden we het andersom. Met een auto gingen we naar een dorpje net buiten Wamena waar Yali-mensen zich hadden opgemaakt voor de ceremonie. We werden begroet door mannen met om hun lijf rieten ringen en heel lange peniskokers. Ze huppelden al roepend rond, met pijlen en een boog in de hand. Sommigen hadden ook een varkensbot door hun neus, anderen hadden heel mooie hoofdtooien. Er waren ook een paar vrouwen met een rokje aan, gemaakt van geperst boombast en tot strengen gedraaid die ze dan met touw aan elkaar vastmaken en dat dragen ze dan ter hoogte van het bekken. Op hun rug hebben ze grote draagnetten, op hun hoofd versieringen en verder zijn ze naakt. De hele groep deed wat traditionele dansjes en zongen voor ons. We gaan hier heel snel door de fotorolletjes en videobandjes. De mannen gingen nog demonstreren hoe ze hun pijl en boog gebruiken. Het doel was 2 stammen van bananenbomen. De pijlen gaan er dwars doorheen. Arthur heeft ook nog een paar pijlen afgeschoten en zowaar raak!
Na afloop deelde Martinus shag uit en snoepjes aan de kinderen. De snoepjes waren niet interessant, wel de plakplaatjes voor op hun armen die erbij zaten.
Na 1 uur reden we naar het Lani-dorp voor de volgende ceremonie. Bij het Lani-dorp werden we naar een veld gebracht waar we eerst 2 vrouwen zagen die aan het werk waren, ze hadden rieten rokjes aan (andere dan bij de Yali) en hun gezichten waren beschilderd. Dit tafereel bleek al bij het verhaal te horen wat ze gingen uitbeelden voor ons. Opeens zagen we een man met hoofdtooi, pijlen en boog en een enorme dikke peniskoker. Zijn gezicht en haren waren met roet en varkensvet ingesmeerd. Hij ging zogenaamd één van die vrouwen ontvoeren waarop de andere vrouw (de moeder) hulp ging halen bij haar eigen stam. Vanachter de bosjes kwamen nog meer mannen die we helemaal nog niet eens hadden opgemerkt. Er waren dus 2 stammen die tegen elkaar gingen vechten. Ze "beschoten" elkaar met hun pijlen en er vielen 2 "doden". Toen ging de hoofdman tussen de 2 groepen instaan en verklaarde dat er niet meer gevochten mocht worden. Hij brak een paar pijlen doormidden en toen was er vrede. De 2 stammen gingen toen gezamenlijk naar het dorp om te eten. Een mooi verhaal, ging het overal maar zo makkelijk. In het dorp bij hun hutjes hebben ze nog voor ons gedanst en gezongen, erg mooi en indrukwekkend allemaal. Het kostte ons een hoop geld maar het was echt de moeite waard. We hebben veel gefilmd en op foto gezet.
In het hotel terug in Wamena gingen we eerst extra kopieën laten maken van de surat jalan. Daarna gingen we eten en wie dook daar opeens op? Aladik. Hij kwam ons begroeten en wachtte toen buiten het restaurant tot we klaar waren. Na het eten probeerden we nog een keer Garuda te bellen maar het lukt niet. Aladik loopt steeds met ons mee. Hij praat geen Indonesisch en alles gaat met gebaren maar ook dat is lastig te begrijpen. Wat we uiteindelijk begrepen is, dat hij 3 kinderen heeft waarvan 1 buiten Wamena woont en dat hij geld nodig heeft om die zoon of dochter te kunnen gaan bezoeken. Hij gebaart ons met hem mee te gaan dus dat doen we, zo nieuwsgierig als we zijn. Hij brengt ons naar een huisje en laat ons zien wat hij van varkenstanden heeft gemaakt. We vinden het helaas niet mooi en kopen het dus niet waar hij dan weer van baalt. Een andere man heeft een soort halsketting die gemaakt is van varkenstanden, fossielen, kraaltjes en veren en dat vinden we wel mooi. Na heen en weer onderhandelen, kopen we het voor 90.000 rp, hij begon met 200.000. Aladik was er niet blij mee dat we dit kochten, en van hem niet, maar omdat we hem toch wel aardig vinden en het best sneu vinden, geven we hem zo een briefje van 10.000 rp. Ik heb hem en Arthur nog op de foto gezet en beloofd dat we een foto opsturen. We gaven Aladik een pen en een gekleurd haarelastiekje die we om zijn vinger deden, hij was zo blij als een klein kind.
Omdat het bloedheet was zijn we in het hotel op bed gaan liggen om een dutje te doen.
Terwijl wij waren gaan eten hadden Martinus en Eli alle eten voor de komende dageop onze kamer gezet. Het kookgerei had Eli al eerder in onze kamer gezet dus die staat nu propvol.
Woensdag 23 oktober
Vandaag startten we onze 2e trekking naar het Lani-gebied. Martinus kwam eerder dan afgesproken bij het hotel aan. Hij kwam zeggen dat hij vannacht naar het ziekenhuis is geweest. Hij is ziek en heeft een hoop medicatie gekregen. Hij kan vandaag echt niet mee en Eli zal ons gidsen en Martinus zien we dan later in Jiwika.
We reden eerst een kwartier naar een soort overstapplaats om van auto te wisselen. Vanaf daar reden we in 1 uur naar Pyramid. In Pyramid begon onze eerste wandeling nadat Eli bij de politie een kopie van onze surat jalan had afgegeven. Het was een makkelijke wandeling over vlak terrein langs de oever van de Baliemrivier. Er is lage begroeiing, weinig dorpjes. Na 2 uur stopten we op een plek waar Eli de lunch ging klaarmaken. Zomaar ergens in the middle of nowhere. Er werd hout gesprokkeld om vuur te maken. Hegi ging water halen in de rivier om in te koken en om thee te zetten. Eli maakte mie goreng speciaal, lekker hoor. Het klaarmaken van de lunch, het eten en het opruimen nam 1,5 uur in beslag. Terwijl wij zaten te wachten vielen er steeds grote rupsen uit de bomen in onze nek en op ons hoofd, brrr.
Na de lunch liepen we nog een uur tot we aankwamen in het dorpje Mergaima waar we overnachten. We boften weer eens want er was een traditionele ceremonie gaande (was dus niet door ons gepland of geregeld). De moeder van de hoofdman is 4 dagen geleden overleden en dan wordt er een paar dagen lang ceremonie gehouden. De vrouw was al gecremeerd. Ze waren bezig om eten te bereiden; zoete aardappelen in een rand van bladeren, daarop leggen ze een laag hete stenen die met gespleten stokken uit het vuur worden gehaald. Daarop gaat weer een laag maïs en zo gaat dat door tot de hoop van 1,5 meter hoog is. Tussenin wordt alles afgedekt met bladeren en eromheen wordt een soort touw gebonden. Ook aan het eind wordt dit opnieuw gedaan. Dan gaat er water overheen en wordt alles afgedekt met een soort tapijt van hooi. Daar bovenop worden houten planken gelegd. Dat blijft zo'n 2 uur stomen tot alles gaar is. Het ruikt erg vreemd. We mochten foto's maken en filmen zoveel we wilden. Ook in het mannenhuis mocht dit en dat is niet gebruikelijk. Wat ook niet gebruikelijk is, is dat ik als vrouw in het mannenhuis mocht. Hun eigen vrouwen mogen daar niet komen. Om in het mannenhuis te komen moet je door een heel lage opening, bijna kruipend naar binnen. Binnen is het stikdonker en rond een vuurplaats zitten de (oudere) mannen van het dorp. Er lagen stukken vlees en bot van een varken bij het vuur.
Het plafond is erg laag maar daarboven blijkt een extra verdieping te zijn waar de mannen slapen. Voordat ze gaan slapen maken ze een vuur. Als na 1 uur ongeveer de ergste rook weg is gaan de mannen (ongeveer 20) naar de bovenverdieping om te slapen. Het is daar dan toch warm van het vuur beneden en ze slapen erg dicht tegen elkaar om warm te blijven. Ook hier is het ‘s nachts koud en ze dragen geen kleding.
Voor deze ceremonie waren behalve de eigen dorpsmensen ook mensen uit naburige dorpen uitgenodigd. We hebben ook in het dorp nog in de keuken een kijkje genomen. Dat is een lange hut met 3 kookplaatsen waar vuur gemaakt wordt om te koken. Er zitten vrouwen kool te snijden, een ander doet het in de wok om te garen. Er staan al pannen met gekookte rijst klaar. Een oudere vrouw, blind aan 1 oog, zat met een klein varkentje op schoot.
Wij slapen in een aparte hut naast het dorp. Het ziet er redelijk uit. Er staat een kaalhouten planken bed dus we zijn blij dat we de slaapmatjes meegenomen hebben.
Isaac, de hoofdman van het dorp spreekt goed Engels en hij is ook gids.
We gingen alvast ons bed klaarmaken voordat het helemaal donker werd. Slaapmatjes, lakenzak en klamboe. We konden ons wassen bij een klein vies modderpoeltje waar een goot boven was gemaakt waar dan wel helder water uitkwam maar het zag er niet echt aantrekkelijk uit. Het hoognodige even gedaan en klaar is Klara.
Toen Arthur nog iets uit de kamer wilde pakken en zijn zaklamp aandeed, zag hij een muis (of rat) wegschieten. Hij zei tegen Isaac dat er een muis op de slaapkamer zat en die vent zegt doodleuk "oh, plenty mice here". Nou lekker vooruitzicht om de nacht tussen de muizen door te brengen.
Isaac zei dat we mee naar het dorp moesten om te eten. De etenswaren die in de smoorkuil waren gelegd waren nu gaar. We kregen zoete aardappels en ze smaakten erg lekker. Er was een witte en een oranje kleur, de oranje was nog zoeter en smaakvoller dan de witte.
De vrouwen zitten allemaal op de grond bij elkaar met de kinderen. Ertussenin staan grote pannen rijst en groenten. De kinderen zaten ons natuurlijk weer aan te staren maar je raakt er best aan gewend. De mannen zitten altijd apart met de jongens vanaf ongeveer 9 jaar.
Toen we even later op ons eigen eten zaten te wachten in een apart gedeelte van onze eigen hut, hoorden we de muizen boven ons hoofd heen en weer trippelen.
Eli had weer goed zijn best gedaan voor het eten; soep, rijst, groenten, sardines en niet te geloven, maar van hele kleine aardappeltjes had hij frietjes gebakken. Heerlijk!
's Avonds hoorden we iemand op een pikon muziek maken. Een pikon is een muziekinstrumentje gemaakt van bamboe en een stukje heel dun touw.
Donderdag 24 oktober
Vannacht werden we om 01.00u wakker van geluiden van mensenstemmen. Arthur dacht dat een hoogzwangere vrouw die we gisteren zagen misschien wel aan 't bevallen was. Daar bleek vanochtend niets van. Wel jammer want het is hier traditie dat als er bezoekers zijn, en een vrouw bevalt, dan krijgt het kind de naam van het bezoek. Na het ontbijt gaf Arthur aan Isaac een paar pennen en ballonnen en haarelastiekjes waar hij blij mee was. We gingen om 08.00u weg en waren al snel bij de verharde weg. Toen bleek dat we alleen over die weg bleven lopen wat ons erg tegenviel. Na 2 uur kwamen we bij een markt waarvandaan we met de auto opgehaald zouden worden. Dat gebeurde dus niet. Omdat we op een auto konden blijven wachten tot we een ons wogen vroegen we aan Eli of we niet beter konden gaan lopen dus dat deden we gedurende zo'n 45 minuten. Toen kwam Eli op het idee om een bromfietser aan te houden om te vragen of die een auto kon sturen. Daar hebben we nog 20 minuten op gewacht waarna we naar Jiwika reden (30 minuten rijden).
In Jiwika stond Martinus ons op te wachten, hij zag er een stuk beter uit.
Het hotel Anemukima ziet er best goed uit. De mandi en de wc zijn buiten en voor gemeenschappelijk gebruik.
We hebben tegen Martinus gezegd dat deze trek qua wandelen niet is wat we ervan hadden verwacht. Hij maakt het overmorgen goed zegt ie. Omdat het nog vroeg is besluiten we om naar een grot te gaan op 5 kwartier lopen. Het werd wel erg bewolkt maar gelukkig regende het toch niet. Martinus en Hegi gingen mee. Na een 1/2 uur ging Martinus bij een dorpje iemand halen die de sleutel had om het hek bij de grot open te maken. Die man liep verder met ons mee. In eerste instantie leek het een heel kleine grot maar dat bleek een vergissing. Via een glibberig stuk kon je bij een waterpoeltje komen, daar zaten tegen de wand heel grote vleermuizen en er vlogen veel kleinere in en uit.
De wanden waren hier en daar glad en groen gekleurd en op andere plaatsen wit. Martinus beweert dat hier slangen zitten maar gezien zijn slangenangst geloven we dat niet zo anders zou hij die grot nooit in zijn gegaan. Op één wand waren ook schilderingen te zien maar of ze echt heel oud zijn weten we niet. Onderweg waren bij een waterplaats vrouwen vis aan 't schoonmaken. Martinus legde uit hoe ze die vis vangen. Ze gaan in het water staan, dan maken ze met een schop modder op de bodem. Hierdoor krijgen de vissen geen zuurstof meer en moeten naar de oppervlakte waar ze gewoon met de hand gevangen kunnen worden. Je moet maar op het idee komen. Ook onderweg roofvogels gezien.
Terug bij het hotel gingen we de tas uitpakken en mandiën. Daarna stond er alweer lekker eten op tafel; soep, rijst, groenten en gebakken corned beef. Voor morgen is een Dani-ceremonie geregeld. We hebben hier wel flink voor moeten dokken. Nu zijn we bijna blut. Tot we op Biak zijn kunnen we geen geld meer opnemen want de TC's zijn op en met Visa kom je hier nergens. We hebben nog net genoeg om de hotels (2x), luchthaventaks en eten te betalen. Fors bezuinigen dus. Vanavond hebben we een flinke regenbui gehad.
Vrijdag 25 oktober
Ik ben jarig, wel een bijzondere ervaring om in dit gebied jarig te zijn.
Hier in Papoea weten ze niet wat het vieren van een verjaardag is. De meeste mensen weten niet eens wanneer ze geboren zijn of hoe oud ze zijn. Martinus is nog vrij jong maar zelfs hij weet niet precies hoe oud hij is. Wij kunnen ons dat niet voorstellen.
Arthur zat onder de muggen- en vlooienbeten. De matras bleek vol vlooien te zitten dus die hebben we nu uit de kamer gehaald. We hadden ook kakkerlakken in de kamer. Voor ontbijt kregen we behalve brood ook gebakken zoete aardappelen, heel apart.
Na het ontbijt gingen we naar het dorpje waar de ceremonie gehouden wordt. Net ervoor zagen we een man in een soort “kraaiennest” van bamboe/hout zitten met een boog en pijlen.
Hij had een grote hoofdtooi op en zijn gezicht was met rood en geel en zwart beschilderd. Zijn schouders waren geel gemaakt en hij droeg alleen een peniskoker. Hij begon naar ons te roepen en deed dan net of hij op ons schoot met zijn pijl. Dit bleek ook bij de ceremonie te horen en wij waren zogenaamd vijanden. Er kwam een 2e man uit de struiken, ingesmeerd met varkensvet en ook pijlen en een boog. Er bleken nog zo’n 15 man in de struiken te zitten die erbij kwamen. Sommigen hadden hun benen en billen met witte strepen beschilderd en hun borst met witten stippen. Sommigen hadden pijlen en boog en anderen hadden hele lange speren waarmee ze in 2 groepen een schijngevecht aangingen onder het uitstoten van wilde kreten. Dan werden we meegenomen naar het dorp, een omheining met een trapje eroverheen waarna we op de binnenplaats kwamen met 3 ronde hutten rechts, een langwerpige hut links (de kookhut) en op de kop stond het mannenhuis.
Op de binnenplaats stonden ongeveer 20 vrouwen, sommigen met grasrokjes (ongetrouwd) en andere met van riet gevlochten rokjes (getrouwd). Er liepen ook een paar kinderen rond, de meisjes in een rieten rokje, de jongetjes naakt waarvan ook bij 2 hun benen waren beschilderd. Er werd gezongen en opeens werd ik door een vrouw op haar schouders genomen en 2 vrouwen aan weerskanten hielden mijn handen vast. Ik werd naar het voorste gedeelte gedragen en daar weer op de grond gezet. Toen pakten weer 2 vrouwen mijn handen en gingen we rondjes lopen, terwijl iedereen zong. Er was één vrouw bij die helemaal (lijf, benen, armen, gezicht, hoofd) was ingesmeerd met gele klei, een teken van rouw. Sommige mannen en vrouwen begonnen meteen te zeuren om sigaretten maar die stuurden we allemaal naar Martinus, hij had voor rookwaar gezorgd van het geld wat we hem betaalden voor deze dag.
Er werd een vuur gemaakt waar keien op werden gelegd om ze heet te laten worden.
Toen werd het biggetje wat Martinus had gekocht uit een hok gehaald. Toen ze de touwtjes van de poten haalden ging het varkentje ervandoor. Iedereen erachteraan om het te vangen maar dat duurde een tijd en leverde de nodige hilariteit op. Toen ze het eenmaal hadden gevangen werd het door 2 mannen bij de voor- en achterpoten vastgepakt waarna de hoofdman het hart doorboorde met een pijl uit zijn boog.
Het biggetje bloedde niet erg omdat het meteen in het hart was geraakt en het was heel snel dood. Dan werd het in het vuur gelegd om de haren eraf te schroeien. Toen ging de hoofdman het varkentje in stukken snijden met een mesje van bamboe. Ze haalden de ingewanden eruit en hakten de big in stukken. Er werd weer een smoorkuil gemaakt en helemaal bovenop werd het biggetje gelegd. Alles werd afgedekt met grasstro en verzwaard met stenen. Dat ging dan ongeveer 1,5 uur smoren waarna de kuil werd blootgelegd en alles wat eetbaar was eruit gehaald. De mannen en kinderen peuzelden als eerste de hersens op en de rest werd in kleinere stukken gesneden en verdeeld. Een deel van het varken namen wij mee zodat Eli dat in het hotel verder kon bereiden voor ons avondeten. We proefden wel alvast een stukje en we aten een beetje van de aardappels. Natuurlijk probeerde ze ons toen in het dorpje van alles te verkopen maar we lieten Martinus uitleggen dat we echt geen geld meer hadden om te besteden en dit is niet eens een leugen. Een paar kleine kinderen pakten mijn en Arthur zijn hand en liepen met ons mee terug naar het hotel. Ik ben op mijn armen aan ‘t vervellen en dat vinden ze maar een raar gezicht. Eli had intussen ook gekookt; nasi goreng met groenteomelet en komkommer. En bananen na. Om 15.30u gingen we de beroemde mummie van Jiwika bekijken. Zo’n 3000 jaar geleden hebben ze van een overledene een mummie gemaakt, die nu aan toeristen worden getoond voor 17.500 rp pp. Dit is een zittende mummie. Na zijn dood werd deze man in hurkhouding in de mannenhut gezet waardoor hij als het ware “gerookt” werd en daarom goed “houdbaar”. Er zijn er nog 2 andere in andere dorpen maar dit schijnt de beste te zijn. Het heeft iets lugubers maar je moet het toch gezien hebben. We gingen alvast mandiën voordat het donker werd.
De hoofdman van het dorp waar we de ceremonie hebben gehad, kwam vanmiddag naar het hotel. Om 19.00u kwamen er nog meer mensen. Eli had eten op tafel gezet maar we moesten wachten tot iedereen er was (15 mensen). Martinus had dus een verjaardagsfeestje georganiseerd en die mensen uitgenodigd. Op tafel stond een leeg sardinenblikje met een bloem erin van de kerstster die in de tuin staat en een kaartje waarop Martinus een gelukswens had geschreven. Het raakte me wel dat hij zo attent was.
Toen iedereen er was werd er gebeden, eerst Gabriël, een missionaris en daarna nam Martinus het over. Het eten werd toen verdeeld en we konden eten. Tot mijn verrassing kreeg ik een cadeautje van Martinus verpakt in servetten. Het was een gehaakt tasje om aan je nek te hangen. Er zat een armbandje bij met veel verschillende kleuren kraaltjes, erg mooi en ik was echt ontroerd. Eerder vandaag bij de ceremonie kreeg ik van Gabriël een gevlochten armbandje en ring maar beiden zijn helaas te klein. Vanavond kreeg ik van de vrouw des huizes ook een gevlochten armbandje en van een andere man kreeg ik een halsketting, gemaakt van kralen en aan het uiteinde 2 varkenstanden en een stukje hondenhaar. Er werd ook nog gitaar gespeeld (een zelf gemaakte houten gitaartje). Op verzoek van Martinus liet Arthur aan de anderen de opnamen zien van de video en ze keken allemaal verbaasd en erg geïnteresseerd toe. Om 22.30u was het toch wel langzamerhand bedtijd. Ik gaf aan iedereen nog een pen en een klein haarelastiekje wat ik als een ring aan hun vinger deed. Ze waren er erg blij mee, of ik ze een echt sieraad had gegeven. Mijn verjaardag was er één die ik echt nooit zal vergeten. Dat je zoveel warmte krijgt van volstrekt vreemden, erg apart.
Zaterdag 26 oktober
Vanochtend vroeg zijn we naar de zoutbron geweest. Het was ongeveer 1 uur lopen en best steil omhoog in een kloof. We zagen bij een boom hele grote harige rupsen, die schijnen ze hier te eten, jakkes.
Op een bepaald moment, na bijna een uur lopen, moesten we even wachten van Martinus. Hij leidde ons af en opeens kreeg ik water over mijn hoofd en toen Arthur ook. Het smaakte zout en kwam dus van de bron. Het schijnt een ritueel te zijn dat als je de eerste keer bij de zoutbron komt, je op deze manier daarmee kennis moet maken.
Toen we bij de zoutbron aankwamen waren we wel teleurgesteld. Het was heel anders dan we hadden verwacht. Een klein, vies poeltje van 2,5 meter doorsnee. Een vrouw stond in die poel in bananenbladeren te knijpen om het zout erin te laten trekken. Bij de poel ligt een grote steen waar wij niets bijzonders aan zien, maar die steen schijnt er voor te zorgen dat er zout in het water komt (een chemische reactie). Voor 10.000 rp mochten we de vrouw filmen en fotograferen. Na een poosje haalde ze de slierten bananenblad ut het water om mee naar huis te nemen. Daar wordt het gedroogd en verbrandt tot as en dan hebben ze dus zout om te verkopen. Martinus ging van die vieze slierten zitten eten en vroeg of wij ook wilden proeven. Nee bedankt! Voordat we weggingen vulde Johan een fles met het zoutwater. Er zaten veel kleine vlindertjes bij de bron.
Na weer 1 uur naar beneden (wat zijn we blij met de wandelstokken) over glibberend pad, waren we weer bij het hotel, toen was het 11.15u. Toen moesten we wachten op vervoer naar Wamena. Eerst werd Eli erop uit gestuurd om een auto te regelen maar dat duurde te lang en Martinus ging zelf kijken. Ook dat duurde 1,5 uur. Intussen hebben we het huisvarkentje zitten aanschouwen, een big die continue door de tuin loopt te knorren, een schattig beestje. Het varkentje wilde constant geaaid worden. We noemden haar “Knorrie”.
Op een gegeven moment ging Arthur toch eens kijken of hij Martinus zag en net op dat moment kwamen ze er aan met een auto. Het had zolang geduurd omdat het hele dorp zonder benzine zit.
Het is vanaf Jiwika nog 16 km naar Wamena maar daar doe je op deze wegen wel 45 minuten over. Net voor Wamena was een grote opstopping. Bleek dat iedereen moest wachten voor een begrafenisstoet, die trouwens erg lang was. Motorpolitie voorop, daar een politieauto achteraan, een heleboel motors en volgauto’s en een paar vrachtwagens afgeladen vol met mensen. Dat bleek allemaal familie te zijn van de overledene. De dode was iemand van de “regering” volgens Martinus maar wat het dan precies voor iemand is weet je toch niet.
Uiteindelijk kwamen we om 14.30u in het hotel in Wamena. We betaalden het restant van de trek aan Martinus en gaven hem een tas met kleding, een paar handdoeken en wat zeepjes. Martinus en Eli stonden helemaal perplex dat we zoveel spullen weggaven. Als klap op de vuurpijl gaven we Martinus mijn regenjack en onze wereldradio, daar was hij helemaal dolgelukkig mee. Toen gingen ze, we gaven iedereen nog een hand, misschien komen ze ons morgen nog uitzwaaien. We zijn alvast de tassen weer gaan inpakken. In de ene zitten spullen die we zeker niet meer nodig hebben en in de andere spullen die we wel nodig hebben de komende dagen.
We gingen voor het laatst hier eten. Het was Karaoke-avond, wat een feest! Afschuwelijk om in zo’n herrie te eten. Martinus zou nog naar het restaurant komen maar we zagen hem niet meer.
Zondag 27 oktober
Toen ik het ontbijt ging halen zat Martinus al bij de receptie met een T-shirt van mij en mijn regenjack aan. De radio in zijn broekzak. Martinus regelde een becak voor het vervoer van de rugzakken naar het vliegveld. Hegi liep met ons mee en had ook een T-shirt en hemd van Arthur aan. Bij het vliegveld kwam Eli ook nog. We zagen Aladik nog, nu zeurt hij de hele tijd om geld, heeft ook een briefje aan Arthur gegeven met in het Indonesisch de vraag of we 150.000 rp willen geven. Al zouden we willen, we hebben het niet eens meer.
Natuurlijk ging het op het vliegveld mis. De Merpati-vlucht was uitgevallen wegens mankementen. Er stond een cargo van Trigana maar we konden net niet meer mee. Toen we aan kwamen lopen werd net de deur gesloten.
Daar sta je dan, bagage al afgegeven, ticket afgegeven maar geen bewijsje. Een vliegveld met een paar houten schotten waar het een ongeregeld zooitje is. Iedereen, ook lokale mensen die er niets te zoeken hebben, lopen overal maar rond en kunnen als ze willen zo je bagage meenemen.
Er zou om 10.30u weer een vlucht gaan maar we begonnen hem toch een beetje te knijpen toen we hoorden dat gisteren ook helemaal geen vluchten zijn gegaan. Na 1,5 uur kwam opeens een man aanlopen die ons een oversluitticket gaf dat we met Trigana mee konden met de volgende vlucht en hij had een bewijsje dat we de tax al hadden betaald en een instapkaart erbij voor de volgende vlucht. Dat gaf wel wat geruststelling. Ja hoor, om 10.00u landde er weer een cargo. Vaten benzine werden uitgeladen, er werden snel vliegtuigstoelen in gemonteerd en onze bagage werd ingeladen. Toen moesten we opeens heel hard rennen om nog mee te kunnen. Het stonk in het vliegtuig vreselijk naar benzine. Maar goed, we waren in ieder geval weer op weg naar Sentani. Arthur ging bij aankomst daar bij Garuda de vlucht naar Biak voor morgen bevestigen en vroeg of we er misschien vandaag al heen konden. Nee dus.
Dan maar naar hotel Semeru, een kamer met AC en ontbijt voor 88.000 rp.
De kamer ruikt erg muf maar ze komen met een bloemengeurtje sprayen. Het is hier bloedheet, zeker 35 graden. We gingen toch eerst maar wat eten. Onderweg zagen we een ATM-bank maar de pinautomaat deed het niet. De bewaker kwam ons later in het restaurant zeggen dat we weer konden pinnen. Arthur ging maar gelijk met hem mee maar mooi dat onze passen niet werden geaccepteerd. Hopelijk kunnen we morgen op Biak wel pinnen anders wordt het hopeloos. Omdat het te heet is om iets te doen (bij 2 stappen gutst het zweet van je lijf) gaan we bij het hotel wat lezen en puzzelen. ‘s Avonds maakten we kennis met een Nederlandse vrouw Truus waar we lang mee hebben zitten kletsen. Zij gaat morgen ook naar Biak (met de boot) en we spraken af elkaar daar weer te ontmoeten.
Maandag 28 oktober
Al vroeg waren we op het vliegveld. 50 minuten na vertrek, landden we op Biak. Schuin tegenover het vliegveld is een oud koloniaal hotel uit 1952. Het is gebouwd door Nederlanders en werd vroeger gebruikt voor KLM-personeel om te overnachten. Het heet Irian-hotel, is helemaal van hout en heeft veel kamers. Wij hebben een kamer voor 95.000rp per nacht, uitzicht op zee vanaf het terras. We liepen eerst naar de stad om geld te pinnen. Dat lukte zowaar en we zijn weer miljonair! We liepen het eerste beste restaurant in en wilden het duurste van de kaart eten; kreeft. Pech, ze hadden het niet. We aten ons helemaal vol voor € 12,- wat voor hier erg duur is. Er zat een grote fles Bintangbier bij, dat was nog het duurste van de hele maaltijd.
Hierna zijn we gaan internetten, dat kon nu gelukkig weer. Maar liefst 15 mensen hadden een berichtje gestuurd en ik heb wel 1,5 uur zitten typen om een verslag van de Baliemtrek te maken. We hebben op onze kamer van 2 klamboes 1 gemaakt met de nodige improvisaties en gebruik makend van onze wandelstokken en touwtjes en elastieken. We zitten tegenover het vliegveld en om de zoveel tijd horen we een sirene. Dit doen ze omdat er altijd mensen op de landings- en startbaan rondlopen/fietsen en als er dan een vliegtuig aankomt of vertrekt geven ze met een sirene aan dat de banen vrijgemaakt moeten worden.
Dinsdag 29 oktober
Om 08.00u kwam de boot aan waarrmee Truus vanaf Jayapura zou komen. Een dik uur later kwam ze bij het hotel aan en had een donkere man bij zich, Chris. Ze werd door hem opgehaald bij de boot, dat hadden kennissen van haar geregeld. Truus is getrouwd geweest met een Paoea.
Chris spreekt goed Nederlands en we hebben samen wat gedronken en een plan gemaakt voor de komende dagen. Chris stelde voor om morgen naar een vogelpark te gaan, hij regelt een taxi. Hij is ontzettend aardig.
Truus en wij namen een bemo (1000 rp pp) naar de stad. Biak is een rustig stadje. Arthur ging bij Garuda de terugvlucht naar Nederland herbevestigen. Bij restaurant Jakarta hebben we lekker uitgebreid gegeten en daarna nog wat kleine boodschapjes gedaan. We kochten nog een vertaalboek Engels/ Indonesisch en v.v. die we naar Martinus willen sturen zodat hij zijn Engels wat kan bijschaven en daardoor hopelijk nog meer klanten krijgt. Terug bij het hotel hebben we de zwem- en snorkelspullen gepakt en gingen naar zee. Arthur ging alvast de boel verkennen. Hij zag al snel 2 grote murenen, toen hoefde ik al niet meer te snorkelen met die griezels in de buurt. Arthur was er ook wel van geschrokken, die beesten zitten in het hoge zeegras en pas op het laatste moment zie je ze dan. We hebben dan maar op het "terras" onder de parasol zitten kletsen tot de zon onderging. Samen met Truus gegeten 's avonds en we hebben haar alvast een stuk van de film laten zien op de TV in het restaurant. Ze vond het prachtig. Ook andere mensen kwamen erbij zitten en keken geïnteresseerd mee.
Woensdag 30 oktober
We werden weer vroeg wakker. Het stortregende maar tijdens het ontbijt werd het alweer droog. Toen kwam Chris met een taxi. Hij had die voor 30.000 rp geregeld (met chauffeur) dus dat was een aardig prijsje met zijn 3-en. We gingen eerst nog Chris zijn vrouw Martha en hun kleinkind Bikar ophalen en reden toen naar Tanang Burung, een vogelpark annex orchideeëntuin. De orchideeën stonden niet in bloei maar we zagen wel de paradijsvogel, het symbool van Papua. We hadden verwacht dat die groter zouden zijn maar ze zijn ontzettend mooi; bruin en geel en lange donsachtige geel/witte staartveren.
We reden nog naar een ontzettend groot hotel wat een aantal jaren geleden was gebouwd maar het kwam niet van de grond met toerisme en is intussen helemaal aan het vervallen. Er waren ontelbare erg luxe kamers, alles erop en eraan maar het rot helemaal weg en het wordt helemaal leeggeroofd. In een aantal kamers zijn lokale mensen gaan wonen. 's Avonds lieten we in het hotel aan Chris op zijn verzoek nog een stukje film zien, ook hij vond het prachtig.
Donderdag 31 oktober
Vanmorgen kwam Chris weer met een taxi om naar Bosnik te gaan. Daar regelde hij een prauw voor 200.000 rp om ons naar het eiland Auki te brengen. Daar was een leuk strandje waar je goed in zee kan snorkelen. Mooie vissen, mooi koraal, grote felblauwe zeesterren. We probeerden Truus nog een 't snorkelen te krijgen maar ze durfde niet. Zelf ben ik ook geen held wat dat betreft maar aan Arthur's hand gaat het wel voor korte stukjes.
Chris had brood gekocht en chocopasta en cornedbeef voor de lunch. Hierna voeren we terug naar Biak en per taxi terug naar de stad. De winkels sluiten hier van 13.00 tot 16.00u dus we moesten even wachten om boodschappen te kunnen doen. We voelden ons erg smerig en plakkerig dus eerst even lekker gedoucht. Na het avondeten (tonijnsteak) hebben we met zijn 3-en zitten Yahtzeeën.
Vrijdag 1 november
Lekker rustig aan gedaan vandaag. Aan de overkant bij de brandweerkazerne waren vanmorgen 30-40 mensen ochtendgymnastiek in de vorm van Line-dance aan 't doen. Schijnt hier overal te zijn op vrijdagochtend, grappig om te zien.
Naar het postkantoor geweest om het woordenboek voor Martinus te versturen. We deden er een aan onszelf geadresseerde envelop bij, voorzien van een postzegel met de vraag of hij ons wilde laten weten of het pakje goed aangekomen was. We hebben er nog wat extra geld (200.000 rp) ingestopt.
Daarna naar de stad en bij een art-shop nog een T-shirt gekocht (was nog een verjaardagscadeautje van ma). We zochten een bepaalde bakker uit de Lonely Planet en na 4x vragen vonden we het. Allemaal overheerlijke broodjes.
Zaterdag 2 november
Vanochtend eerst naar de markt geweest, in de regen. De watertoren gevonden waar 2 jaar geleden 158 mensen zijn vermoord.
Bij restaurant Jakarta gegeten en ’s middags deden we een dutje.
‘s Avonds van de prachtige zonsondergang genoten, een leuke afsluiting van de film straks.
Zondag 3 november
Vanmorgen gingen we naar de kerk. Eerst hadden we hier niet echt zin in maar achteraf hadden we het niet willen missen. Een leuke kerk om te zien van de buitenkant. Van binnen sober. Buiten hangt een nieuwe kerkklok die door vrienden van Truus is gemaakt. Een paar oudere Papoea’s spraken ons in het Nederlands aan.
Toen de dienst begon, kregen van een paar mensen hun psalmboeken zodat we mee konden zingen. We wisten natuurlijk niet wat de teksten betekenden. Een paar keer ging een groepje mensen (ook kinderen) zingen onder begeleiding van iemand met een gitaar. Na ruim een uur was de dienst afgelopen en heel veel mensen kwamen ons de hand schudden. Erg ontroerend en ik kreeg even een brok in mijn keel.
We gingen alvast lopen tot na 1,5 km een taxi stopte en we mee konden naar de stad. Daar hebben we eerst bij “Jakarta” gegeten. We hebben alles weer ingepakt.
Voor het laatst hier de zonsondergang bewonderd. Chris kwam nog langs. Hij gaf me 4 tijgeroogjes (een soort schelpjes) cadeau, heel lief van hem. Hij bleef met ons mee-eten. We hebben Chris en Truus getrakteerd en we hebben er een lekkere bintang op gedronken.
Maandag 4 november
We waren al om erg vroeg wakker. De laatste keer samen met Truus ontbeten en om 08.00u naar de luchthaven (straat oversteken).
Chris kwam ons ook uitzwaaien. Om 09.50 u vertrok het vliegtuig naar Udjung Pandang waar we om 12.25 u aankwamen. Hier moest de tijd meteen een uur terug. Om 12.10 u vertrokken we naar Jakarta waar we om 13.30 u landden en daar moest de klok weer een uur terug. Dat schiet niet op zo.
In het vliegtuig ontmoetten we een Belgisch (Waals) stel. Zij waren 5 weken in de Baliem bij de Yali-stam geweest om hun leefgewoonten te bestuderen. Op Jakarta moesten we toch nog geld halen want de luchthavenbelasting in hier 100.000 rp p.p. We konden hier pas laat in de middag inchecken. Het werd afgeraden om het vliegveld te verlaten gezien de recente aanslagen op Bali.
Om 21.45u vertrokken we in Jakarta en met een korte tussenstop van 1 uur in Singapore, waren we om 08.30u de volgende ochtend op Schiphol (8 uur vroeger hier).
Het was weer een hele mooie, erg aparte reis met veel verrassingen en de wetenschap dat je van volstrekte vreemden zoveel vriendschap kan krijgen. Schitterend!
Nog een paar wetenswaardigheden over deze reis:
Afstand Amsterdam- Singapore: 10.447 km vliegtijd: 11.40 uur
Snelheid ongeveer 1010 km p/u op 10 km hoogte
Afstand Singapore- Jakarta: 885 km vliegtijd: 1.20 uur
Afstand Jakarta-Bali : 900 km, vliegtijd: 1.25 uur
Afstand Bali-Jayapura : vliegtijd: 5 uur
Afstand Jayapura- Biak : vliegtijd: 1 uur